Bewust Opstappen, Februari 2008 Het verslag van een stalen zeiljachtje wat onderhanden wordt genomen door een Watersport Novice Bewust opstappen, Februari 2008. VOORWOORD: Gezien het voorval wat mijn jongste zoon en mijzelf is overkomen kan ik niet nalaten om toekomstige OPSTAPPERS van zeegaande zeiljachten te waarschuwen. Het verslag van deze zeiltocht is puur en alleen ter lering gepubliceerd. Daarom verzoek ik u vriendelijk om het ook zo te lezen, zonder te oordelen en/of te veroordelen, maar doe wel uw eigen voordeel ermee. In de loop van de tijd zijn er vele vragen binnen gekomen over deze trip naar aanleiding van het artikel zoals deze destijds was gepubliceerd op het web en het artikel in Zeilen, februari 2009. Ik heb de meeste van deze vragen proberen te verwerken in aanvullend herschrijven van sommige passages. Wij, mijn zoon en ik, hebben dit reisverslag weergegeven puur en alleen zoals wij tweeën dit hebben ervaren. Wij geven alleen de feiten weer zoals wij die hebben ervaren, zonder in te gaan op verantwoordelijkheden, c.q. verantwoorde en/of onverantwoorde onwetendheden, kennis en/of kundigheid. Ik ga ook niet verder in op de woorden die ik onderweg onuitgesproken heb gelaten. Sander heeft zich tijdens onze eerste kennismaking voorgesteld als één van de zeilinstructeurs verbonden aan EnjoySailing Lemmer en St. Annaland. Zo heeft hij zich later ook altijd geprofileerd. Wij hebben samen veel tijd doorgebracht. Tijdens deze perioden van “op elkaar aangewezen zijn” heeft hij altijd honderd uit verteld over zijn zeilervaringen in het verleden. Zijn navigatie huzarenstukjes en zijn overvloedige spannende momenten tijdens slecht weer  gedurende zijn zeiltochten langs de Engelse en de Nederlandse kust en de Duitse en Deense waddeneilanden. Sander, en ik overdrijf niet, kon met elk formaat Bavaria manoeuvreren als de beste. Geen wind te sterk en aanlegplaats te krap, hij wist de boot zonder enige inspanning met grote precisie aan te leggen. Ook in de verschillende sluiskolken heeft hij door goed te manoeuvreren met zijn eigen schip menig andere schipper behoed voor schade wat ontstaan zou zijn door verkeerd manoeuvreren van die andere booteigenaar c.q. huurder. Dit gemak van bootbeheersing geeft ook een bepaald beeld (laat ik het nu maar voorzichtig een voor-oordeel noemen) van de capaciteit in zijn totaliteit van Sander. Als laatste is het ook niet onwaarschijnlijk dat zijn uiterlijk een bepaald vooroordeel met zich mee brengt. Sander kon je zonder één enkel probleem als kapitein op één van de Iglo vissersboten plaatsen. Verder vertelde Sander mij dat hij druk bezig was met het opzetten en schrijven van een trainingssyllabus voor de zeilschool. Deze syllabus was toegespitst op oversteken naar en van Engeland vanuit St. Annaland. Uiteraard zou hij één van de instructeurs zijn. Tevens is Sander naar eigen zeggen als één van de weinigen van zijn klas voor de studie GZV (Stuurman Grote Zeilvaart) in Enkhuizen met vlag en wimpel geslaagd en heeft hij tijdens onze stop in Enkhuizen enthousiast over zijn studie aldaar verteld. Omdat Sander regelmatig zeiljachten moest overvaren tussen Lemmer en St. Annaland was afgesproken dat ik als “vaste” OPSTAPPER mee zou gaan zodra dit mogelijk was. Dit, omdat ik vaak op heel korte termijn beschikbaar was. Afspraak was, als ik door Sander aan boord werd meegevraagd, dit als OPSTAPPER zou zijn en hij mij in ruil daarvoor instructie zou geven. Deze instructie is altijd als ervaring in mijn Watersportpaspoort afgetekend, volledigheidshalve, het is nooit als ontvangen instructie afgetekend. Al met al had ik een bepaald beeld van de beroepsmatige zeilkundigheid van Sander en heb ik hier ook nooit één seconde aan getwijfeld of dit vertrouwen terecht was gezien de prestatie van Sander in het verleden. Dit tot op deze bewuste trip naar Noorwegen. De grootste fout in mijn leven is geweest dat ik een man vertrouwde op zijn eigen illusie. In de derde week van februari 2008 kreeg ik het ultieme telefoontje. Ik werd uitgenodigd om de week daarop als opstapper een Bavaria 32 voor de verkoop mee over te varen van St. Annaland naar Stavanger in Noorwegen om daarna per vliegtuig weer huiswaarts te keren. Dit was volgens Sander ook een mooie gelegenheid om de gemiste instructie van de oversteek naar Engeland in november 2007 te compenseren. Onze kinderen hadden schoolvakantie en op mijn eigen verzoek mocht onze jongste zoon (net 16 jaar geworden) ook mee. Dit verzoek werd met groot enthousiasme door Sander ontvangen. Het budget wat Sander voor deze overtocht ter beschikking stond was zelfs groot genoeg om ook de ticket van mijn zoon nog te betalen. Mijn oudste zoon had (helaas of gelukkig???) al andere plannen voor deze vakantieweek, m.a.w. hij ging niet mee. De daaropvolgende contacten met Sander betreffende deze trip zijn allemaal per e-mail gegaan. Aangezien mijn zoon en ik zelf nog niet over geschikte zeilpakken beschikten zouden deze ook aan boord klaarliggen samen met lifelines en reddingvesten. Sander zou zorg dragen voor de volledige voorbereiding van de gehele reis zoals o.a. preparatie van de boot, de catering, de vliegtickets en de volledige trip zelf. Alle kosten, ook onze reiskosten naar Zeeland, werden uit het totale budget betaald. Afgesproken werd dat mijn vrouw ons op de dag voor vertrek bij Sander thuis af zou leveren. Gezamenlijk zouden we dan alle bagage aan boord brengen, waarop Sander, zijn vrouw, mijn zoon en ik bij de chinees uit eten gaan op uitnodiging van Sander. Het plan was dat mijn zoon en ik met z’n tweeën aan boord van de Bavaria slapen en Sander uiteraard gewoon thuis. Dan hadden wij tweeën nog mooi de gelegenheid om alles aan boord te ordenen en alles even door te nemen. Uiteraard moesten wij eerst thuis ook nog op de valreep heel veel zaken herregelen i.v.m. dit onverwachte vertrek op een zo korte notie binnen de schoolvakantie van onze beide jongens. Zaterdag 23 februari 2008. Eindelijk was het zover. Mijn vrouw heeft ons tweeën naar de woonplaats van Sander in Zeeland gebracht en is daarop meteen weer huiswaarts gekeerd. Ik denk dat wij rond 14:00 uur voor Sander zijn deur stonden. Inmiddels bleek dat Sander de vertrekplannen volledig had omgegooid. Het was volgens hem veel beter om deze zelfde avond te vertrekken om de volgende ochtend met de eerste schutting van de Roompotsluis mee te gaan. Sander was de hele week druk in de weer geweest met de voorbereiding en volgens zijn vrouw had hij die tijd weinig oog voor iets anders gehad. Verbaasde ons uiteraard niet. Het weer, ook voor de wat langere termijn zag er goed uit, het was zelfs niet uitgesloten dat wij eerder gebrek aan wind hadden dan een “overschot” aan wind. Niet tegen staande dat wij een beperkte voorraad diesel bij ons hadden dus wel afhankelijk waren van voldoende wind. Deze ochtend hadden Sander en zijn vrouw alle noodzakelijke proviand ingeslagen. Met deze proviand en onze bagage zijn we richting de haven gegaan. Bij de boot aangekomen bleek deze op slot te zitten en Sander had geen sleutel. Na enkele telefoontjes werd de sleutel gebracht. Onze twee zeilpakken met de twee zwemvesten lagen al keurig aan boord met de livelines eraan vast, tevens lag in de kajuit een reddingsvlot in tas klaar. Netjes. Maar ik begreep uit de reactie van Sander dat hij dit niet had gedaan, dit was klaargelegd door iemand anders. Daarop hebben wij alle proviand en onze bagage aan boord gezet en zijn even vluchtig de boot doorgelopen. Sander bleek geen reddingsvest en/of een veiligheidsharnas bij zich te hebben. Dit was zijn bewuste keuze omdat volgens hem een reddingsvest een vals gevoel van veiligheid gaf, zeker in combinatie met een liveline. Hij, als kapitein/instructeur, mocht domweg onder geen omstandigheden van boord gaan omdat hij de enige was met kennis van zaken. Daarop heb ik de keiharde afspraak gemaakt dat, als er onverhoopt wat mocht gebeuren, de reddingsvesten waren van en voor ons en hij moest de consequenties van zijn huidige keuze voor dat moment volledig aanvaarden. Toch gaf dit een ie wat onbehagelijk gevoel. Verder vonden wij het wat vreemd dat er totaal geen keukengerei, borden, bestek, glaswerk enz. aan boord was te vinden. Dit hebben wij toen uit een andere, niet afgesloten, boot “ geleend”. Een beetje uit de gek vroeg ik nog of Sander nu wel een verrekijker mee had. Deze hadden we n.l. gemist tijdens onze overtocht van Hull naar St. Annaland en dat bleek toch wel lastig op sommige momenten. Deze had hij niet bij zich maar er lag nog een verrekijker in zijn auto die we maar hebben meegenomen. Beter mee verlegen dan om verlegen. Alles zoveel mogelijk een plaatsje gegeven aan boord en daarop hebben we met z’n vieren bij de chinees gegeten. Tijdens deze maaltijd vertelde de vrouw van Sander dat ze deze trip totaal niet zag zitten en had er een slecht voorgevoel bij gezien hoe alles afgelopen week was gelopen. Waarop dit gevoel gebaseerd was is mij tot op heden nog niet duidelijk, maar ze heeft uitdrukkelijk gevraagd of wij niet van de tocht wilden afzien. Na het diner zijn we met z’n drieën aan boord gestapt, het was inmiddels al donker, en zijn meteen op de motor weggevaren. Sander zijn vrouw stond, een enorme eenzaamheid uitstralende, ons uit  te zwaaien. De haven van St. Annaland verlatende zijn we linksaf gegaan het Keeten of Mastgat uitgevaren richting de Oosterschelde. Op de Oosterschelde heb ik het roer overgenomen en hebben mijn zoon en Sander de boot verder ingericht. De Zeelandbrug was geen belemmering voor ons, gezien de masthoogte konden we deze ongehinderd passeren. Ver na 02:00 uur lagen we afgemeerd aan het remmingswerk bij de Roompotsluis, deze sluis draaide niet rond deze tijd i.v.m. het seizoen. Na nog even met een heel klein mini borreltje te hebben geproost op onze reis zijn we onze slaapzakken ingedoken. Morgen dan begint het echt! Super allemaal, mijn zoon en ik konden niet wachten. 1e dag op zee, zondag 24 februari 2008. De volgende ochtend, na een hele korte nachtrust en een heel vlug ontbijt, hebben we op het nippertje de eerste schutting van de Roompotsluis meegenomen. Een vissersboot, Dolfijn genaamd, lag al klaar en na per marifoon contact te hebben gelegd met de sluiswachter was deze bereid om even op ons te wachten voordat hij de sluisdeuren sloot. Wij de Noordzee op. Er stond een een mooie straffe wind uit het zuidwesten, de golfslag was een klein beetje onrustig maar stelde verder niets voor. Gangboorden bleven droog. ‘t Was wel relatief koud, maar het beloofde een schitterende zeildag te worden. Prachtig gewoon, nog even geprobeerd om naar huis te bellen om het thuisfront ook deelgenoot te maken van onze super stemming, maar we waren al buiten bereik. Jammer, we hadden het graag gedeeld. Geleidelijk kromp de wind iets meer naar het zuiden. Daarom de fok uitgeboomd, althans geprobeerd. De boom wilde met geen mogelijkheid verder naar beneden. Zo een tijdje gezeild maar dat werkte ook niet echt lekker. Daarom was dit uitgeboomd zeilen van korte duur en maar weer “gewoon” zeil gezet. Mijn zoon en Sander waren de ochtend hoofdzakelijk in de kajuit in de weer, nog steeds orde op zaken stellen. Ik stond al genietend aan het roer. Wel op het handje uiteraard om energie te sparen. De automaat trekt behoorlijk wat vermogen uit de accu. Onze manier van navigatie vreet genoeg stroom. Dus stroom besparen daar waar kan. Ik kreeg van Sander kompaskoersen door die wij moesten volgen. De route werd globaal gevaren, er was toch ruimte genoeg?? Hij volgde onze route op de laptop waarop het navigatie programma SeaMax was geïnstalleerd. Sander vertelde dat hij over deze software een vertegenwoordigerschap had gekregen en dat hij bezig was met het bouwen van een website hiervoor. De laptop werd gevoed door een 12V DC - 230 V AC omvormer. In het verleden had Sander mij wel eens wat verteld over dit pakket maar echt bekend was ik er nog niet mee, maar dat kwam onderweg wel, tijd genoeg. Sander begon zich buitengaats al vrij snel beroerd te voelen. Af en toe kwam hij even boven kijken om een frisse neus te halen of om heel even het stuurwiel vast te houden. Langer als 10 minuten heeft dit nooit geduurd. Tegen de middag begon Sander met het bijvoeren van de vissen. Mijn zoon voelde zich in het begin van de ochtend wat katterig maar dat gevoel verdween met het verstrijken van de dag en het afleggen van meer en meer zeemijlen. Beiden vermaakten wij ons opperbest.   Regelmatig was er nog scheepvaart verkeer te zien al werd het wel steeds rustiger. Mijn zoon en ik gingen er vanuit dat wij ergens in het noorden van Nederland, hoopten op Oude Schild maar Den Helder was ook prima, gingen aanleggen om nog even een goede nachtrust te maken voor de grote oversteek begon, m.a.w. even wat “bijtanken”. Sander voelde zich steeds beroerder worden en weigerde min of meer om nog een keer af te meren voor de nacht. Hij moest hier even doorheen en anders begon het proces van zeeziekte weer van voor of aan. Het begon geleidelijk steeds harder te waaien en de wind begon ook wat te draaien. De zeilen naar verloop van tijd toch maar wat gereefd. Mijn zoon en ik waren naar de huidige omstandigheden goed gekleed maar allebei hadden we erge last van koude voeten in onze rubberen (of was het toch plastic?) laarzen. Later in de middag hadden mijn zoon en ik echt het wauw effect, dat zien wij toch maar even!! Er zwommen wel acht dolfijnen met ons mee en maakten af en toe een sprong boven water. Schitterend gezicht. Ze waren te snel om te fotograferen, dat was wel jammer, alleen wat plaatjes met een lege zee kunnen schieten. Helaas heeft Sander hier niets van mee gekregen want die kwam eigenlijk niet meer uit zijn hut, laat staan uit de kajuit. Tegen het vallen van de avond zagen we nog één enkele dolfijn rond de boot zwemmen, daarna niets meer vernomen van dolfijnen. De avond begon te vallen. Ik kon het roer niet loslaten. Het bleek namelijk dat de stuurautomaat de boot niet op koers kon houden en mijn zoon durfde, gezien de omstandigheden, het roer niet over te nemen en ik gaf hem groot gelijk. Achteraf ben ik er vrijwel zeker van dat de zeilen gewoon beroerd stonden t.o.v. de wind en de te varen koers, maar goed dat is achteraf. Mijn zoon vermaakte zich hoofdzakelijk met gesprekken met mij daar hij bang was dat ik anders in slaap zou vallen. Op een gegeven moment kon ik niet meer, ik was op van vermoeidheid en het werd langzamerhand eens tijd dat wij een goede maaltijd gebruikten. Mijn zoon had ons beiden rijkelijk voorzien van ontbijtkoek en suikerbrood maar de behoefte aan iets steviger en warms begon nu wel voelbaar te worden. Ik wilde ook wel weer eens mijn voeten op temperatuur hebben. Sander maar eens uit zijn hut geroepen of hij het roer voor een langere tijd kon overnemen om mij de gelegenheid te geven wat eten klaar te maken voor ons allemaal en even wat te rusten. Sander had totaal geen behoefte aan eten. Inmiddels was het pikdonker geworden en het ging behoorlijk te keer in de kajuit. Mijn zoon en ik waren druk bezig in “onze kombuis” om wat eten klaar te maken, dit in het half donker om zo toch nog wat energie te besparen. Echt gezeten had ik nog niet, maar voelde duidelijk het moment aankomen dat dit nu zo langzamerhand eens tijd werd. Sander riep naar beneden of ik onmiddellijk boven kon komen. Het bleek dat hij de zeilen verder wilde refen. Maar de reeflijn van het grootzeil zat muurvast, zeil minderen lukte daardoor met geen mogelijkheid. In het aardedonker was er geen touw meer aan vast te knopen wat de oorzaak was. Toen pas bleek dat wij niet één zaklantaarn aan boord hadden en ook geen schijnwerper of wat dan ook. De dekverlichting, zoals het stoomlicht, werkte ook niet. Sander had helemaal niets bij zich wat enig licht gaf. Gelukkig hadden mijn zoon en ik elk zo’n klein LED hoofdlampje bij ons. Deze lampjes zaten altijd standaard in onze toilettassen. Waar wij ook gingen deze hadden wij altijd bij ons met wat reserve batterijen. Gelukkig geven deze LED lampjes op twee AAA batterijen nog redelijk wat licht. Bij dit kunstlicht was het probleem griezelig simpel te verhelpen. Eén van de reeflijnen was met een lus vastgetrokken in de valstopper. In het donker onmogelijk te zien, bij wat licht makkelijk op te lossen. Na deze gebeurtenis hield Sander het voorlopig even voor gezien om zo buiten achter het stuurwiel te gaan staan. Ik heb het roer weer vlug over moeten nemen nadat hij alles losliet, omdat hij gewoon wegliep zijn hut weer in. Onderwijl roepende dat het niet verantwoord was voor hem dat hij doorvoer zoals hij zich voelde, daar kon ik weinig tegenin brengen. ‘s Nachts waren onze hoofdlampen en wijzelf onafscheidelijke paren. Mijn zoon heeft wat boterhammen klaar gemaakt en deze hebben we gezamenlijk, vermengd met zout water naar binnen gewerkt, toch lekker en het was nog gezellig ook. Ik was wel blij dat, toen ik benden was, als eerste het toilet bezocht had, hier was voorlopig geen tijd meer voor. Alleen jammer dat mijn voeten nog niet op temperatuur waren gekomen en ook dat ik niet heel even een klein rustmomentje heb meegemaakt. Mijn zoon het advies gegeven om toch maar even proberen te gaan slapen, hij kon erop vertrouwen dat als ik het niet meer vertrouwde ik hem wakker zou maken. Hij heeft niet geslapen hij bleef op zijn vader passen. De laptop stond zodanig op de kaartentafel geklemd dat ik, na wat onhandig klauterwerk, zonder het stuurwiel los te moeten laten, het scherm kon zien. Het beeld was op die afstand niet duidelijk genoeg voor mij (of waren het mijn over vermoeide ogen?) om een exacte koers te varen, maar voldoende om de erg grote afwijkingen waar te nemen en deze wat proberen te corrigeren. Maar goed, voorlopig was er ruimte voldoende en we gingen redelijk de juiste richting op. Er werd geen papieren logboek bijgehouden (het werd toch allemaal op de laptop opgeslagen?). Mijn zoon en ik waren er ondertussen ook achter dat er geen standaard zeekaarten aan boord waren. M.a.w. de laptop was onze enige navigatie mogelijkheid. Gedurende de nacht heeft Sander twee keer voor hooguit een minuut of 10 het roer over genomen zodat ik even mijn benen kon strekken en heel even kon zitten, wat een luxe was dat! De wind wakkerde geleidelijk steeds verder aan, de golven werden steeds hoger en ik had steeds meer moeite om de boot op koers te houden. Steenkoude voeten had ik en erg moe, heel erg moe. Tegen de ochtend kon ik echt niet meer. Op mijn uitdrukkelijke verzoek en met de mededeling dat dit zo ook niet meer verantwoord was, heeft Sander het roer voor geruime tijd overgenomen. Ik heb 5 uur aan één stuk kunnen slapen, mijn zoon heeft deze tijd ook in de voorste hut liggen slapen. 2de dag op zee, maandag 25 februari 2008. Met het wakker worden merkte ik dat ik mij stukken beter voelde . Echt uitgerust was anders maar ik voelde mij verder goed, evenals mijn zoon. Het volgende vond ik echter verschrikkelijk.  Al die tijd dat mijn zoon en ik sliepen waren de zeilen gestreken en heeft onze zeil-expert op de motor gevaren en daarmee 5 uren hele kostbare diesel erdoor gejast. Zelf zat Sander in een hoekje weggedoken beroerd te wezen en de boot voer probleemloos op de automaat zijn eindbestemming tegemoet. Mijn zoon en ik hebben ontbeten, Sander had naar eigen zeggen al gegeten. Sander voelde zich heel erg beroerd en als hij zich zo voelde zoals hij eruit zag dan moest het wel heel erg beroerd met hem gesteld zijn. De motor liep, de automaat stuurde, onze schipper/instructeur zat als een zielig hoopje ellende weggedoken buiten tegen de zijwand van de kajuit al knikkebollende te misselijk wezen, harde wind, hele harde wind, heel veel stuifwater daardoor erg slecht zicht, koud, nat, een stuiterende boot, een woeste woedende zee. Het beeld van wat ik voor ogen had van deze zeiltocht voor aanvang van deze reis, begon een beetje te vervagen en werd geleidelijk enigszins bijgesteld naar de werkelijkheid. ‘t Voelde niet goed! Ik nam mijn plaatsje weer in achter het stuurwiel en na de zeilen weer te hebben gehesen, behoorlijk gereefd, kon de motor weer uitgezet worden. Voordeel was wel, de accu’s zaten weer tot de nok toe vol. Sander dook meteen weer zijn hut in. Het weer bleef maar verslechteren. Geleidelijk, maar toch.  Zo heel af en toe kwam Sander uit zijn hut om naar het toilet te gaan of een glas cola in te schenken. Op zo’n moment heb ik hem gevraagd of hij nu eindelijk eens open kaart wilde spelen en mij wilde vertellen wat hij werkelijk van het weer af wist. Hij gaf toe dat hij het weer in de paar laatste dagen voor vertrek, voor onze periode op zee, niet meer had opgevraagd. De week voor vertrek had hij het weer opgevraagd via internet o.a. bij windguru en toen bleek dat wij eerder last zouden hebben van te weinig wind als teveel wind en op die gegevens had hij deze trip geplanned. Sander kwam eigenlijk niet meer uit zijn hut. Communicatie vond plaats door een deur en dan alleen af en toe even de vraag van onze kant of alles in orde was. Mijn zoon nam weer de zorg voor zijn vader op zich. Uiteindelijk kwam Sander weer zijn hut uit om een glas cola voor zichzelf in te schenken. Toen heb ik hem gevraagd of hij via de radio een actueel weerbericht wilde opvragen. Hij heeft dit één keer geprobeerd en na geen response te hebben gekregen is hij weer verdwenen in zijn hut. Na verloop van tijd heb ik het zelf eens geprobeerd, de boot op automaat gezet en zo even aan zijn lot overgelaten, wat niet echt plezierig was voor boot en ingezetene. Ik kreeg meteen van een onbekend station het actuele weerbericht en de vooruitzichten. Huidige windkracht ZW 6, later in de morgen ZW 7-8 draaiend in de loop van de dag naar W 7-8 en voor de volgende dag draaiend naar NW 8, mogelijk NW 9. Hier werden wij niet vrolijk van. Erg lang achtereen aan het roer gestaan, soms gezeten. Voor mij was het een continue enorme inspanning om de boot op koers te houden. Uitermate vermoeiend. Veel scheepvaart hebben wij niet meer waargenomen. Met mijn zoon had ik de afspraak gemaakt dat wij tweeën vanaf heden de zwemvesten permanent zouden gaan dragen met de liveline hieraan verbonden. Het was wel even schrikken toen wij constateerden dat het Plastimo 150N vesten waren. Het merk kon ons niets schelen echter het nummer, 150N, wel. Daar sta je dan met je thermo-ondergoed, dikke kleding, zeilpak en laarzen aan. De liveline was ineens ook wel erg ielig en versleten. Tevens hadden we de afspraak gemaakt om niet meer de kuip te verlaten. Het dek was verboden terrein geworden. Moeilijk en erg lastig om de juiste afwegingen te maken, zeker als je deze niet kunt evalueren met je kapitein. Ik was mij er terdege van bewust dat wij in de kajuit met de zwemvesten aan zaten en wat eventueel hier de consequentie van kan zijn. Echter ik wilde elke discussie over een rechtmatige eigenaarschap van zwemvest vermijden. Deze mogelijkheid tot discussie achtte ik voor dat moment beduidend groter als de mogelijkheid dat de kajuit vol water kwam te staan. Op een gegeven moment kwam Sander uit zijn hut. Het leek er even op of hij een bepaalde drempel had weten te overwinnen en bood zelf aan om het roer even over te nemen om mij wat rust te gunnen. Beneden in de kajuit even wat gegeten samen met mijn zoon, Sander had weer (of nog steeds) geen behoefte aan eten. Ongeveer na een half uurtje schat ik, nadat Sander het roer had overgenomen, werd de motor gestart. Hetzelfde moment ging de boot verschrikkelijk te keer. Wij gijpten, onvoorstelbaar wat een klap dat was. De hele boot sidderde en je hoorde de boot kreunen. Ik naar boven terwijl mijn zoon op de bank gesmeten achterbleef, verdwaasd met grote ogen zich afvragend wat nu weer. Sander was volkomen de kluts kwijt, volledig gedesoriënteerd. Hij had geen idee waar hij en/of de boot mee bezig was. We draaiden nog een paar keer de volledige kompasroos rond, elke keer een klap-gijp makende. Ik heb een diepe bewondering gekregen voor de robuustheid van deze boot. Wat een onvoorstelbare krachten moet deze mast met zijn tuigage te verwerken hebben gekregen. Sander was volledig kwijt welke koers er oorspronkelijk werd gevaren en door het tollen van de kompasroos had hij geen idee waar de boot eigenlijk mee bezig was. Sander gooide het roer dan weer vol linksom, om op hetzelfde moment vol tegenstuur te geven. Het was duidelijk dat er een zekere vorm van paniek aan het ontstaan was. In de kuip was het rodeo rijden door het rondtollen van de boot met de steeds veranderende windrichtingen op de zeilen en de binnenkomende golven. De krachten van het binnenkomende water in de kuip is ook zo verschrikkelijk groot dat het moeite kost om op de been te blijven. Chaos, lawaai, stikdonker, een rond tollend en steigerende boot op een woedende zee, geen idee wat het probleem nu werkelijk was, soms overspoeld door donkergroen steenkoud water. Sander verdween de kajuit in, of eigenlijk rolde de kajuit in. Toen hij weer op de been was schreeuwde hij naar boven dat het roer stuk was en dat hij een koers ging uitzetten naar de dichtstbijzijnde haven. Op dat moment vroeg ik mij in een flits af hoe we daar in godsnaam heen moesten varen met een boot die zich als een op hol geslagen gyroscoop gedroeg. De boot heb ik even de boot gelaten, eerst de schoot van de giek maar eens snoeihard aangetrokken en vastgezet om de klappen van het gijpen te reduceren. Toen maar meteen begonnen met de zeilen op te rollen, het grootzeil eerst. Dat viel vies tegen, de ene keer was er niets mee te beginnen door veel te grote krachten op het zeil en met het doordraaien van de boot stond er van het ene moment geen enkele kracht meer op. Uiteindelijk waren beide zeilen dan toch opgerold. Dat gaf een heel stuk rust, het rondtollen was gestopt. Toen pas had ik in de gaten dat de motor wel liep maar de gashandel stond in de neutraal. Met een beetje gas erop was de boot weer perfect bestuurbaar, geen roerproblemen, probleem opgelost. De boot had zo goed als zeker, waarschijnlijk door desoriëntatie van de stuurman tijdens het starten van de motor, zijn voorwaartse snelheid verloren en was daarmee onbestuurbaar geworden. Wat niet verbazend was want je kon de boot geen seconde aan zijn lot overlaten want dan liep de Bavaria uit koers. Wat dat betreft zit de startknop van de motor bij een Bavaria op een heel ongunstige plaats. Ik heb onze originele koers weer opgepakt ten opzicht van de wind. Kompas even tot rust laten komen om daarna aan mijn zoon de exact te varen koers opgevraagd. Eerst de stuurautomaat maar even aangezet en even uitblazen. Daar zo zittende begon ik mij pas echt te realiseren in wat voor een soort situatie wij eigenlijk terecht waren gekomen. Om mij heen kijkende drong het tot mij door hoe erg de situatie begon te escaleren. Het vertrouwen in onze schipper was volledig verdwenen. Zelf was ik een te verwaarlozen zeeman en mijn zoon had ook nul komma nul ervaring. Een zekere vorm van wanhoop bekroop mij. Alles op een rijtje zettende leek de situatie uitzichtloos. Sander zat al royaal over zijn standaard 30 uur zeeziekte heen. Elke keer als hij de deur van zijn hut opende had ik hoop dat wij onze zeilinstructeur weer terug hadden, maar elke keer weer werd die hoop finaal de grond ingeboord. Eén en al stuk ellende kwam die deur elke keer weer uit. Zo uit mijn hoofd wist ik dat de westkust van Denemarken niet royaal was bezaaid met havens. Met een weersverwachting van windkracht negen had ik ook weinig zin om met deze kapitein aan lager wal te geraken. Theoretisch moest onze boot windkracht negen zonder problemen aan kunnen. Maar was deze boot daar ook zonder bemanning toe in staat? We zaten voor het blok, er was geen weg terug meer, we konden niets anders dan onze tijd uitzitten en het beste naar eigen kunnen van maken. Even diep adem halen, de stuurautomaat stond aan, onze Bavaria gedroeg zich nu heel netjes. De zee daarentegen ging onvermoeibaar door. Eens even kijken hoe het in de kajuit gesteld was. Heel simpel, het was een enorme grote bende, alles op de grond, tot de kussens toe. Daar was geen ruimte meer door al de rommel op de grond om jezelf te verplaatsen. Mijn zoon had de tegenwoordigheid van geest om de laptop te redden, door deze vast te houden en zich schrap te zetten tegen van alles en nog wat. Kost een paar blauwe plekken maar dan heb je nog wel een laptop die het doet. De muis was echter onherstelbaar beschadigd. Gelukkig was de losse GPS ontvanger ook ongeschonden uit de strijd gekomen. Niet uit het oog verliezende, de laptop was onze enige vorm van navigatie. Zelfs onze gewone instrumenten waren onbruikbaar, die hebben nooit één keer de juiste waarden aangegeven, ook de snelheidsmeter niet en ook onze logmeter niet. Zelfs als wij nu onze actuele positie konden intekenen op een papieren zeekaart dan wisten we nog niet naar verloop van een bepaalde tijd wat onze geschatte positie moest zijn omdat de snelheid door het water onbekend was. Welke afstand wij door het water hadden afgelegd was ook onbekend. Het enige wat wel werkte was ons magnetisch kompas en de flux van de stuurautomaat. Ja onderweg leer je veel, heel veel. Na dit voorval is Sander zonder een woord te zeggen zijn hut in verdwenen. Sander had er inmiddels nog een probleem bij. Hij is brildragend en deze was hij op een gegeven moment kwijt geraakt. Daardoor was het scherm van de laptop onleesbaar voor hem en was onze enige vorm van navigatie voor Sander zelf ook nog eens onbruikbaar geworden. Ik ben in de hut van Sander gaan zoeken en vond de kapot getrapte bril op de grond. Sander had helaas zijn reserve bril thuis laten liggen. De bril heeft mijn zoon en ik enkele keren onderweg provisorisch weten te repareren met ducttape. Door één glas met tape vast te zetten in een half montuur had Sander de beschikking over een halve bril. De toestand van Sander bleef verslechteren. Aanspreekbaar was hij nu ook niet meer. Later op het vliegveld, onderweg naar huis, deelde hij mede dat hij wist van zichzelf dat als hij zeeziek werd, hij heel apathisch werd.  Zelfkennis is belangrijk. In ieder geval vond ik het onderweg beangstigend om waar te nemen hoe gelaten iemand kan zijn en geen enkele actie onderneemt. Even terugkomend op het voorval bril. Hij deelde ons mee dat hij zijn bril kwijt was geraakt. Geen actie, ging ook niet zoeken, ook geen reactie op mijn reactie of ik in zijn hut mocht gaan zoeken, geen enkele reactie na reparatie en teruggave van de halve bril. Hij bleef zitten waar hij zat en staarde voor zich uit, nogmaals elke reactie bleef uit. Ik vroeg mijzelf af of Sander überhaupt in de gaten had dat hij zijn halve bril had opgezet. Heel griezelig om waar te nemen. ‘t Was wel iets om voor de rest van de tocht in je achterhoofd mee te nemen. Samen met mijn zoon de kajuit zo goed en zo kwaad mogelijk opgeruimd. Even wat gegeten en gedronken. Wel plezierig om te constateren dat ik ondertussen geen koude voeten meer had. Je moet er wel wat voor over hebben om van koude voeten af te komen. Na een tijdje was het onvermijdelijke moment aangebroken. De brandstofmeter begon langzamerhand toch wel beangstigend laag aan te wijzen en we waren er nog niet, nog lang niet. Het zeil weer voorzichtig gehesen, de automaat uit en de motor uit. Door het lawaai van wind en golven miste je het geluid van de motor totaal niet. Verder op de hand. Gewoon volhouden, elk uur kwamen we heel geleidelijk steeds dichter bij ons einddoel. Scheepvaart was er niet meer. Er is een wereld van verschil tussen je eenzaam voelen en je alleen voelen. De dag begon zo’n beetje op zijn einde te lopen. Begon donker te worden. Weer een lange vermoeiende nacht voor de boeg. Een wacht-schema voor de komende nacht hadden we niet, er was maar één aan boord die wacht liep en daar is geen schema voor nodig. Tijdens de nacht was Sander in staat om het roer over te nemen. Mijn zoon lag ondertussen te slapen in de voorste hut, die was ook kapot van vermoeidheid. Ik nestelde mij op de bank om even wat weg te dommelen. Echt slapen durfde ik niet. Ik heb mij voor de ingang gepositioneerd en wel zodanig dat niemand mij kon passeren zonder dat ik het merkte. Ik was n.l. erg bang dat Sander een beroep zou doen op mijn zoon, en dat was wel het laatste wat ik wilde. Knappe jongen die mij kon passeren zonder dat ik het merkte. Op een gegeven moment een hevig geklapper van zeil, gepaard gaande met hulpgeroep. Buiten komende bleek dat de fokkeschoot aan de stuurboordkant volledig was verdwenen en aan de bakboordkant was de fokkeschoot ook bijna uit de stopper geschoten. Beide fokkeschoten zaten om elkaar heen gewonden en de fok leidde een eigen leven in de stormachtige wind. Nog zo’n momentje dat ik dankbaar was dat ik met het donker worden mijn hoofdlamp weer had opgezet en dat wij daardoor zo toch nog enige vorm van licht hadden. Meteen maar een knoop gelegd in de bakboord fokkeschoot anders waren wij die ook kwijt. Na eindeloos lang klungelen de beide fokkeschoten weten te ontwarren en de bakboord schoot beter vast kunnen zetten. De stuurboord fokkeschoot zwiepte ergens in het donker boven water. Gelukkig blijkbaar nog wel goed bevestigd aan de schoothoek van het zeil. Ik vond het ronduit een hele onplezierige ervaring om in het pikkedonker, in deze vliegende storm, naar voren te gaan en bij een wild fladderende fok die een volledig eigen leven leed, een heftig rondzwiepende fokkeschoot te pakken zien te krijgen en onderwijl besproeid te worden met enorme hoeveelheden Noordzeewater. Dit alles op een rondstuiterend bootje, bij geschenen door veel te weinig licht, afgegeven door een niet waterbestendig LED lichtje bevestigd op mijn voorhoofd. Mijn advies, probeer dit ten alle tijden te vermijden. Daarna moest de schoot nog door alle geleiders heen worden gevoerd en weer worden vastgezet. Een paar venijnige pijnlijke tikken later zat alles weer op zijn plaats. Toen ik eindelijk weer de kuip instapte zag ik mijn zoon in de kajuitingang, hij was wakker geworden van alle consternatie en Sander was inmiddels alweer zijn hut in gegaan en de stuurautomaat probeerde het werk van Sander te volbrengen. De nacht verder doorgebracht achter het stuurwiel. Ik kreeg last van mijn ogen, een erg branderig gevoel. Waarschijnlijk door het zoute stuifwater, misschien speelde vermoeidheid ook wat mee. Mijn zoon gaf zo nu en dan een koers correctie door. Af en toe gaf hij wat drinken en/of wat te eten aan mij door. Het was voor ons samen een hele lange eenzame nacht maar we hadden heel veel steun aan elkaar. Van Sander hebben we deze hele lange nacht niets meer vernomen. Af en toe riep mijn zoon door de deur of alles in orde was en een kort gebrom was het enige teken van leven. Lange nacht, eenzaam en ik had weer steenkoude voeten en mijn zoon had wel hele kleine oogjes.