Bewust Opstappen, Februari 2008 Het verslag van een stalen zeiljachtje wat onderhanden wordt genomen door een Watersport Novice Bewust opstappen, Februari 2008. 3de dag op zee, dinsdag 26 februari 2008. Eindelijk, maar dan ook eindelijk begon het wat lichter te worden en brak een nieuwe dag aan met nieuwe kansen. Toen pas realiseerde ik mij hoe verschrikkelijk slecht het weer echt was en hoe gigantisch hoog die golven inmiddels waren geworden. Gedurende de periode van donker leef je in een heel klein afgebakend wereldje. Het waren wel hele “mooie” golven. De boot moest elke keer tegen een echte berghelling opklimmen, deze was beduidend langer als dat de boot lang was. De toppen waren niet scherp, eerder wat afgeplat, sommige vormden zelfs een soort van plateau met heel veel verwaaid water laag eroverheen gierend en over deze top heen komende dook je een echt diep dal in en liet je een bergmassief achter. In het dal was je omgeven door heel vreemde onwerkelijk bewegende bergen, deed wat sciencefiction achtig aan met die vreemde kleuren, het vreemde licht. Op de één of andere manier was het nog op een wat beangstigende manier mooi ook. Heel vreemd, fascinerend en beangstigend, maar wel voorspelbaar. Dit laatste had misschien wel een wat geruststellende factor. Op een gegeven moment wen je ook aan het plaatje. Met het voortschrijden van de dag verslechterde het weer steeds verder. De wind nam toe, draaide verder naar het noorden en de regelmaat verdween uit de golven. Op een gegeven moment was de boot voor mij vrijwel niet meer onder controle te houden. Op de golftoppen, draaide de boot continue van de wind af en kwam daarmee vrijwel dwars op de golfrichting te liggen. Sturen had op dat moment totaal geen effect. En zo begon in de eerste instantie een ongecontroleerde afdaling. Met het toenemen van de snelheid was de boot weer wat te besturen, maar dan viel duidelijk de wind weg uit de zeilen. Door een puts aan een lange lijn achter de boot te hangen had ik hoop dat de boot boven op de golftoppen niet dwars kwam te liggen, maar dit werkte ook niet want de snelheid werd er nu helemaal uitgehaald. Thuis op de bank heel logisch, maar daar in die situatie was het toch het proberen waard. Op een gegeven moment lag de mast horizontaal. De fok schepte zich bijna vol met water. De vloer van de kuip was onder mij verdwenen en ik hing pijnlijk in de holte van mijn elleboog aan de achterste verstaging.   Mijn voeten hingen vrij bungelend boven water, donker grijs/groen water. Dat beeld zal ik niet snel weer vergeten van alleen maar water onder mij, al weg glijdend hangend aan de achterstag en met mijn andere vrije hand krampachtig het stuurwiel vasthoudende. Moet wel toegeven dat het zo, al hangende, heel lastig sturen is. Dit hele gebeuren had een hartslag verhogend effect op mij. Mijn zoon heeft zelfs op het plafond van de boot gelegen. Sander moet ook het een en ander gemerkt hebben maar hij kwam pas na een paar keer roepen van mijzelf en mijn zoon zijn hut uit. Ik wilde de fok verder reven maar had daar wel even hulp bij nodig. Dan is een zeilinstructeur de aangewezen persoon. Samen hebben we maximaal gereefd om zo minimaal zeil te hebben. De fok met de winch moeten reven en ik heb er een paar knopen achter gelegd daar ik bang was dat de stopper alleen die krachten niet kon weerstaan. De kajuit had veel weg van het interieur van een blender. Voor de zoveelste keer heeft mijn zoon de kajuit weer ingeruimd. Routinewerk. Gelukkig lag de laptop ongedeerd tussen de rommel op de zitting van de stoel van de kaartentafel. Uiteindelijk kon het zo niet meer. Alle zeilen opgerold en op de motor de tocht voort gezet. Een zeer onplezierig idee. We hadden volgens de brandstofmeter nog maar een kwart tank over en we waren volgens onze laptop nog maar amper over de helft van de totaal af te leggen afstand. Gezien de weersverwachting moest het ruigste gedeelte nog komen. Realiserend dat wij zonder accuspanning geen enkel vorm van navigatie tot onze beschikking hadden. Dit kon zo niet langer. Ik heb mijn zoon bij me geroepen en Sander uit zijn hut gehaald. Tijd voor overleg en enige actie! Met z’n drieën hebben we onze opties doorgenomen. Daar waren we zomaar mee klaar. Wij zaten ter hoogte van noord Denemarken. Uitwijken naar de dichtstbijzijnde haven in Denemarken was geen optie omdat deze haven niet was aan te varen boven windkracht 6. De overige Deense havens lagen te ver weg. Onze eindbestemming, Stavanger, was nog 185 mijl te gaan op een vrijwel noordelijke koers, ongunstig voor de heersende wind. Het alternatief in Noorwegen, Kristiansand,  lag op een noord noord oostelijke koers. Deze bestemming scheelde 20 mijl. Sander besloot uiteindelijk dat Kristiansand onze nieuwe eindbestemming wordt. Tijdens het zoeken naar onze opties bleek dat wij geen enkele documentatie mee hadden genomen. Onze informatie ging tot Denemarken en daarna was er geen enkel navigatie document over Noorwegen te vinden. Geen aanloop gegevens van welke Noorse haven dan ook. Zelfs de standaard scheepspapieren lagen niet aan boord. Des te meer bleek nu het gemis van de standaard zeekaarten. Wij konden nu zelfs niet eens onze actuele positie in-plotten en zo gegist, voor zover dat nog mogelijk was met deze instrumenten, een koers varen. Met andere woorden, het was in feite heel simpel, als de stroom uitvalt konden we niet navigeren en waren we overgeleverd. Echter, we zaten voor het blok, er was geen andere optie dan gewoon doorgaan. Niet een fijn vooruitzicht. Eerst maar eens zien of wij in de buurt van een haven konden komen, dan was ik weer de gelukkige vader. De golfhoogte was overweldigend. Ik kon met geen mogelijkheid zeggen wat de hoogte was. Ook voor Sander was het eindelijk duidelijk dat het onverantwoord was om on-aangelijnd naar buiten te gaan. Mijn zoon en ik hadden continue het zwemvest aan. Ik wilde niet dat mijn zoon onder deze omstandigheden nog naar buiten ging om welke reden dan ook, echter ik kon niet alles alleen af. Toen stond ik in een behoorlijke tweestrijd en moest ik noodgedwongen op mijn eerdere beslissing terug komen. Toch maar afgesproken dat Sander het vest van mijn zoon gebruikt zodra hij in functie naar buiten moest. Na afloop van de eventuele werkzaamheden gaat het vest ogenblikkelijk weer terug naar mijn zoon en dat deze dan weer zonder enig compromis het vest weer draagt. Toch had ik hier een rotgevoel over. Uitdrukkelijk tegen alle afspraken in wilde Sander even buiten zitten. Het vloog hem in zijn hut en in de kajuit volledig aan. Hij met alle geweld naar buiten en ging in het hoekje onder de sprayhood tegen de kajuit wand aanzitten. Op een gegeven moment kreeg de boot zo een grote zwieper dat Sander voorover werd gelanceerd en op de tegenovergelegen bank kwam te liggen omdat de lifeline niet langer was. Deze stond snaar strak, toch wel een sterk touwtje gelukkig! Puur en alleen door deze lifeline is hij niet overboord geslagen. De schrik zat er goed in bij Sander. De motor liep continue op een 1500 RPM. Na enige tijd besloot Sander om even te gaan kijken wat onze brandstofvoorraad nog was. Hiervoor moet je, heel onhandig onder deze omstandigheden, naar achteren in de kuip, achter het stuurwiel door wurmen, om zo de brandstofmeter af te lezen. Vooroverhangend om deze meter te kunnen aflezen verloor Sander het evenwicht en tegelijkertijd kwam er een nieuwe zwieper onder de boot door en over de boot heen. Er kwam zoveel water over de boot en daarmee ook over Sander dat het zwemvest zich automatisch opblies. Zo die werkt dus ook. Ik weet zeker dat Sander zijn hart even stil stond maar de mijne ook. Het duurde geruime tijd dat Sander alles weer op een rijtje had (schrik??). Hij reageerde ook niet op mij. Uiteindelijk had hij zichzelf weer zover bij- elkaar geraapt dat hij naar voren kwam kruipen, vreemd genoeg de lifeline los hakend en onderweg niet vastzettend, ondanks mijn verwoede pogingen om dit duidelijk te maken. Met nog zo een golf was hij met het opgeblazen vest zo de boot uitgetild. Deze twee voorvallen speelde zich binnen een half uurtje af. Sander had voorlopig genoeg gezien buiten en is voor lange tijd niet meer zijn hut uit geweest. Mijn zoon kreeg zijn, nu opgeblazen reddingsvest terug. Op een gegeven moment toch Sander maar weer geroepen, het ging buiten nu nog erger te keer. Afgesproken met Sander dat we gingen bijliggen. Sander wilde nog één keer naar buiten en heeft, na het aantrekken van het opgeblazen reddingsvest, het roer vastgezet. Motor uit en zeil voerden we allang niet meer. Wij werden nu de speelbal van golven en wind. De golven kwamen dwars op de boot binnen en waren als van beton. De boot schudde in al zijn “voegen”. Dit was volgens Sander de manier van bijliggen. Ik kon mij van mijn CWO1 training nog wel herinneren dat bijliggen niet hetzelfde was als hulpeloos, stuurloos ronddobberen met de golven dwars op de boot. Echter, eerlijkheidshalve, ik wist het niet meer. Met het beetje wat ik mij nog kon herinneren durfde ik niet te gaan experimenteren onder deze omstandigheden. Deze boot voer ook met een rolfok en een rolgrootzeil. Ik had geen idee of ik en hoe ik deze zeilen dusdanig kon blokkeren c.q. kon borgen dat ze niet vol uitrolden tijdens de storm. Ik vond die reeflijntjes ineens maar griezelig dun. Het horizontaal komen te liggen was mij nog wat te vers in het geheugen gegrift. Sander verdween zijn hut weer in, het vest mee nemende. Ik moest op een wat minder sympathieke tonatie hem duidelijk maken dat mijn zoon het opgeblazen vest ook nu weer terug kreeg. Ik heb daarop met mijn zoon afgesproken om het vest niet meer af te geven en ook mocht mijn zoon onder geen voorwaarde naar buiten. Ik was vuur benauwd dat hij door het opgeblazen vest de boot zou worden uitgetild. De zee had zijn uiterlijk verandert. De regelmaat was verdwenen. Geen golf was gelijk. Zeer onrustig en bovenal onstuimig. De golfdalen waren verder uitgediept en de helling van de golf was beduidend steiler geworden. In de golfdalen begonnen zich kleinere steilere golven te ontwikkelen, net alsof de hele watermassa omhoog werd gezogen door een plaatselijk vacuüm. De golftoppen verwaaiden (?) alsof er een mixer in stond te draaien. Het was of een stel puberale vandalen een overmaats grote teil met zout water heen en weer stonden te schudden om zo uit verveling een speelgoedbootje naar de kelder te jagen. Een lange dag zo met z’n tweeën in de kajuit. Het enigste wat ons te doen stond was de situatie en het immense lawaai gelaten over ons heen te laten komen, met als enige onderbreking af en toe even op de uitkijk staan, voor zover dit mogelijk was. En dan,..... wat dan nog, dit boezemde mij een grote angst in. Er was geen mogelijkheid om onze aanwezigheid kenbaar te maken aan een ander schip. Tegen het vallen van de avond kregen we het seintje dat de accu spanning te laag werd. Sander hoorde dit gepiep ook en kwam zijn hut uit. Van binnenuit was het starten van de motor niet mogelijk, dus moest één van ons naar buiten om achter in de kuip de motor te starten. Ik naar buiten en heb de motor gestart onder toeziend oog van Sander. Afgesproken om de motor twee uren stationair te laten draaien. Sander verdween zijn inmiddels vertrouwde hut weer in met de belofte dat hij de wekker  twee uur later zou zetten. Na een twee uren kreeg ik het seintje van Sander dat ik de motor uit kon zetten. Daarop gebeurde er niets. Ik heb Sander toen vriendelijk doch dringend verzocht om zijn hut uit te komen. Ik vond het n.l. wel een plezierig idee dat als ik naar achteren ging dat iemand mij in de gaten hield. Ik wilde mijn zoon niet met die verantwoording opzadelen. Motor uitgezet en Sander verdween daarop weer zijn hut in. Mijn zoon zat dit alles gelaten wat aan te zien. Echter nog geen twintig minuten later kregen we weer het geluidssignaal te horen dat de accuspanning te laag werd. Sander weer zijn hut uit. We hebben toen besloten om de motor nog een keer twee uren te laten lopen maar dan op een hoger toerental. Sander leerde mij toen iets wat ik niet wist. Het is n.l. mogelijk om het toerental te verhogen zonder dat de schroef in werking wordt gezet. Dit was mogelijk door de centrale knop op de gashandel in te drukken en dan het toerental verhogen. Zo gezegd zo gedaan, ik weer naar achteren. Sander verdween weer zijn hut in en zou de wekker zetten. Was dit “de kop in het zand steken” naar voorbeeld van de Struthio Camelus, een bepaalde Afrikaanse loopvogel, of had onze kapitein c.q. instructeur een categorische confidentie in zijn leerlingen om het zich te kunnen permitteren zo consequent afwezig te kunnen zijn gedurende deze hele reis? Mijn zoon lag inmiddels in de voorste hut te slapen. Plotseling, na schatting een klein half uurtje of zoiets, een hevige knal en stond de kajuit van het ene moment op het andere moment vol met een stinkende rook. Hoezo schrikken. Mijn eerste gedachte was dat er een brandblusser spontaan was afgegaan. Sander wederom uit zijn hut geroepen. .... Ja hij had die knal ook gehoord en wat stinkt het hier???  Maar goed, in de kajuit konden we niets vinden, zelfs geen brandblusser. Mijn zoon gezegd dat hij heel even binnen moest blijven met de deur dicht, dat schuim van een blusser kan behoorlijk giftig zijn denk ik. Meteen een stuk plexiglas deurtje verwijdert om te luchten, meer konden we niet anders liep de boot vol. Uiteindelijk heel voorzichtig het motorluik geopend. Het bleek dat de motor op explosieve wijze al zijn koelvloeistof had gedumpt. Ik weer naar buiten om de motor meteen uit te zetten ondertussen naar mijn zoon roepende dat alles weer in orde en onder controle was. Toen ik weer binnen was verdween Sander zijn hut weer in na het uitspreken van de woorden “we zien morgen wel verder als het licht is”. Ik was volledig beduusd van deze woorden. Het kostte mij even enkele minuten om alles voor mijzelf op een rijtje te zetten. We zaten binnen de kortste keren zonder energie. Daardoor hadden we totaal geen navigatie meer tot onze beschikking. Zeilen konden wij, als bemanning, niet. De boot zonder twijfel wel. Geen mens wist waar wij uithingen. Wij dreven hulpeloos rond zonder enige vorm van bestuurbaarheid en/of voortstuwing.  Sander toch maar weer uit zijn hut geroepen. Mijn zoon had zich ondertussen al bij mij gevoegd om te vragen wat er nu eigenlijk aan de hand was. Het werd nu weer tijd om eens koppen met spijkers te slaan en enige actie te ondernemen. De fuik snoerde zich geleidelijk steeds dichter om ons heen. Sander begon er steeds beroerder uit te zien en als ik hem zo observeerde kreeg ik een heel onbehagelijk gevoel. Ik had het idee dat hij elk moment volledig kon instorten met alle consequenties en onvoorspelbare reacties van dien. Even een ander voorbeeld betreffende Sander zijn reacties. Dit is beslist niet om iemand in een kwaad daglicht te zetten, het is alleen bedoeld om een bepaalde situatie en sfeer weer te kunnen geven. Het is heel vreemd en beangstigend om het volgende waar te nemen. Op een gegeven moment zat ik op de bank mijzelf vastklemmende, om niet gelanceerd te worden tijdens het “bijliggen”. Het was nog in de prille periode van bijliggen. Sander kwam zijn hut uit en zonder eigenlijk iets van zijn omgeving waar te nemen schonk hij een glas cola in. Zijn manier van bewegen was erg onnatuurlijk. Daar bovenop kwam bij, als extra moeilijkheidsgraad, de onmogelijke bewegingen van de boot. Hierbij stootte hij de waterkraan open. Hij stond heel vreemd, zombie achtig, naar de kraan te kijken. Het was alsof hij aan het nadenken was. Deed de kraan niet dicht terwijl het water over de vloer stroomde door de grote hellingshoek van de boot. Hij liep zo zijn hut weer in zonder de kraan dicht te draaien, reageerde ook totaal niet op mijn commentaar en geroep. Ik heb geen idee hoe bewust Sander zich van deze situatie was. Ik weet ook niet of Sander zich bewust was van mijn aanwezigheid ondanks het geroep en pogingen om contact te maken.  Ik heb de kraan dicht gedraaid en ben gaan dweilen. Dit was griezelig, heel griezelig om zo een persoon als een zombie te zien bewegen en reageren. Terug komend op de fuik waarin wij verzeild waren geraakt.   Ik heb onze positie met drift opgeschreven zoals deze op de laptop stond vermeld in een notitieblokje wat ik altijd bij mij draag. Hierop hebben wij de laptop uitgezet om stroom te sparen. Vanaf dat moment ben ik notities gaan bijhouden in dit kleine notitieblokje. Helaas is dit blokje verloren gegaan. In overleg met Sander heb ik rond 22:00 uur lokale tijd een PAN PAN bericht uitgestuurd met positie, drift en dat wij binnen de kortste keren zonder energie zouden zitten en zonder verlichting ongecontroleerd rond dreven en graag gebruik wilden maken van sleephulp. Sander was op dat moment niet op de hoogte wat een PAN bericht precies inhield, tevens weigerde hij in alle staten om de microfoon ook maar aan te raken. Via het relaystation Rogaland Radio kregen wij te horen dat de kustwacht gewaarschuwd was en dat de SAR met het schip Peter Henry von Koss vanuit Egersund onderweg naar ons was als sleephulp. Verwachtte aankomsttijd de volgende ochtend 08:00 uur. Korte tijd daarop was de accu uitgeput en waren we van de buitenwereld afgesloten. Nu bleek, toen de accu dood was, dat Sander de beschikking had over een handheld GPS ontvanger. Ik was niet bekend met dit apparaatje en Sander naar bleek ook niet. We kregen de GPS niet aan de praat, totdat bleek dat er geen batterijen in zaten. Sander had ook geen batterijen meegenomen. Kunnen we het apparaat niet kwalijk nemen dat deze geen positie geeft. Ik heb een batterij uit mijn elektrisch reiswekkertje gehaald, echter we kregen de GPS niet zover dat deze een positie gaf. Wat had ik graag dit GPSje eerder in handen gehad om er wat mee te kunnen experimenteren toen er nog tijd was. Geen idee hoe lang wij binnen bereik van Rogaland Radio zouden blijven. Ik wilde dolgraag nogmaals een positierapport uitzenden. Aan de hand van deze nieuwe positie moest Rogaland Radio toch onze voortgang over de tijd kunnen berekenen?  Dit zal rond middernacht geweest zijn dat ik Sander nogmaals uit zijn bed geroepen heb. Ik heb samen met Sander de service accu losgekoppeld en de losgekomen bedrading gekoppeld aan de startaccu van de motor. Beide accu’s stonden naast elkaar onder de bank aan stuurboord. Eureka, alle bestek en keukengerei gevonden. Was keurig netjes stormvast onder de bank weggeborgen. Bewust heb ik Sander zoveel mogelijk de sleutel werkzaamheden laten uitvoeren. Waarom laat ik wat in het midden maar laten we het vanuit een psychologisch uitgangspunt noemen.  Het aanwezige gereedschap was van een dusdanige kwaliteit dat het met de nodige voorzichtigheid moest worden behandelt. Een oude wijvenknoop in een steeksleutel leggen was geen moeite, of was het toch de adrenaline? Toen bleek ook dat er geen kabel-knip- tang aanwezig was. Het omzetten van de totale bekabeling van de accupolen was de enige veilige optie die ik op dat moment kon bedenken. Geen van ons drieën hadden een dusdanige kennis van dit elektrische systeem om het anders te doen. Jammer dat ons GPS apparaatje het niet deed. Nu moest de laptop worden opgestart en voordat die een actuele positie doorgeeft ben je een halve accu verder. Eindelijk contact kunnen leggen met Rogaland Radio en een nieuwe positie met drift door kunnen geven. Aan de kwaliteit van ontvangst was het duidelijk dat we op het randje van bereik zaten. Nog wel kunnen ontvangen dat de er een nieuwe ETA van de Peter Henry von Koss voor ons was. Deze was verschoven naar 11:00 uur. Toen waren we én buiten bereik én korte tijd daarop was de accu ook leeg. Mijn zoon heeft zijn hut weer opgezocht en Sander de zijne. Af en toe liet Sander zich even zien om naar het toilet te gaan of een glas cola te pakken. Mijn zoon lag als een blok te slapen. Het weer bleef verslechteren. Dat lawaai was onvergetelijk. De bewegingen van de boot waren ronduit onplezierig. Wij werden continue blootgesteld aan deceleratie en accelaratie waarbij de boot bij het decelereren overeind kwam en tijdens het acceleren weer een extreme hellingshoek aannam. Halverwege de nacht was het alsof wij een aanvaring hadden. De boot kreeg een zodanig harde klap te verwerken dat er geen sprake meer was van een decelaratie, maar we werden zonder enige vorm van vertraging de tegenovergestelde kant opgesmeten. Onvoorstelbaar, wij werden zo krachtig opzij gezet dat veel deurtjes aan de loefzijde uit hun lock schoten en daarmee de weinige inhoud door de kajuit vloog. Zelfs de afgesloten ovendeur vloog open en daarmee werd ook deze inhoud gelanceerd. Het lawaai van die klap was werkelijk buitensporig. Meteen buiten gekeken ondanks het risico van water in de kajuit. Was niets te zien anders dan de meters hoge golven. Sander kwam zijn hut uit om te vragen waar wij tegenaan waren gevaren. Na het goede nieuws te hebben vernomen dat het waarschijnlijk een extreem hoge golf was geweest verdween hij weer in zijn hut. Ons achter latend met de chaos in de kajuit. Voor de zoveelste keer de kajuit opgeruimd. Op een gegeven moment raak je uitgeput in het oplossingen bedenken om alles zee-vaster als zeevast te zetten. In de loop van de nacht veranderde het gedrag van de zee. De zee werd nog onstuimiger, vermoedelijk draaide de wind verder naar het noorden. Geen idee wat de oorzaak was van deze onstuimigheid maar het lawaai was angstaanjagend. Het water sloeg binnen in de kuip, door het plexiglas was soms alleen een enorme hoeveelheid water te zien. Doodeng en ik moest er niet aan denken als het plexiglazen deurtje deze druk niet meer kon weerstaan. Op de uitkijk staan kon ook niet meer. Enorme hoeveelheden water werden over de boot uitgestort. Je merkte dit ook aan het gedrag van onze Bavaria. Het plexiglazen deurtje sloot niet voor de volle 100%. Dat is wel handig voor ventilatie, maar onhandig voor de waterdichtheid van je kajuit. Het water kwam met bakken vol tegelijk door deze ventilatie spleet. Om een idee te geven, de ventilatie-spleet bij de dorpel had ik afgesloten met een handdoek. Deze drijfnatte badhanddoek werd gewoon door de waterkracht gelanceerd en kwam op de tafel terecht. Binnen in de kajuit werd de ene keer het plafond vol geraakt door het water of de wand van de voorste hut aan de andere kant van de kajuit. Geen woorden voor. Soms kreeg ik ook de volle lading, zelfs in een kajuit kon je dus drijfnat worden. Niet vergeten, deze hoeveelheid water kwam door een ventilatie-spleet binnen. De boot werd als een tennisbal alle kanten omgesmeten. Er stond naar verloop van tijd een redelijke hoeveelheid water in de kajuit. Als de boot even horizontaal lag stond er enkele centimeters water op de vloer. Onder helling had ik geen idee waar al dat water bleef. De elektrische bilgepomp werkte uiteraard niet en de handpomp zat buiten achter in de kuip. Momenteel ook geen optie om die te gebruiken. Hozen was wel een optie. Met een koffiekopje ben ik de gehele nacht in de weer geweest om het waterniveau in de boot beneden een acceptabel niveau te houden. Een groter hoosvat was onbruikbaar door de weinig beschikbare ruimte. Elke keer als de gootsteen halfvol zat en de boot rechtop stond vlug de afsluiter open zetten om het water weg te laten lopen en op tijd zorgen dat de afsluiter weer dicht zat. Ik moest continue doorgaan anders bouwde je een achterstand op die niet meer was weg te werken. Ach ja het hield mij wakker. In het laatst heeft mijn zoon geholpen, hij hield zich bezig met de afsluiter. Dat werkte een heel stuk plezieriger. Op een gegeven moment herkende je het geluid dat er weer een dikke roller binnen kwam zetten. Na verloop van tijd kom je in een soort van ritme c.q. trance. Dat machtsvertoon buiten deed je pas beseffen hoe wanhopig en eenzaam een mens zich kan voelen. Wij zaten volledig klem, wij zaten zonder één enkele optie. Geen enkele mogelijkheid meer om te communiceren, zelfs geen Epirb als laatste redmiddel. De boot werd getest op zijn maximum limiet, de bemanning was deze limiet allang gepasseerd. Tegen de morgen werd het beduidend rustiger en kwam er ook geen water meer in de boot. Dit was mijn verschrikkelijkste nacht ooit. 4de dag op zee, woensdag 27 februari 2008. Met het licht worden leken de golven van de dag daarvoor maar kinderspel. Ik was nu toch wel onder de indruk van “onze” boot. Ongelooflijk en beangstigend tegelijk. Ik wilde niet weten hoe de zee er de afgelopen nacht bij lag als wij dit al rustiger noemen. Met het licht worden meteen op de uitkijk gaan staan. Misschien hadden ze wat tijd weten in te halen, je weet nooit. Niets te zien, ja eigenlijk was er genoeg te zien maar niet dat wat wij wilden zien. Sander kwam tegen elven uit zijn hut en besloot, ondanks dat er niets te zien was, om 11:00 precies een vuurpijl af te schieten. De houdbaarheidsdatum van de pijlen bleek al ruim een jaar verstreken te zijn. Maar een kniesoor onder deze omstandigheden die daar nu op let. Hoe de pijl afgestoken moest worden wist Sander niet en de gebruiksaanwijzing was zo zonder bril onleesbaar voor hem. Ik weigerde de pijl af te steken. Dan maar proefondervindelijk. Herhaalde malen gevraagd of Sander a.u.b. niet de pijl op ons wilde richten en/of in de boot tijdens het trekken en draaien aan dat ding. Uiteindelijk ging de pijl in de goede richting de lucht in. Continue op de uitkijk gestaan. Het verstrijken van de tijd had een heel vreemd effect op mij. Aan de ene kant duurt het eindeloos voordat er weer 10 minuten verstreken zijn en aan de andere kant ben je blij dat er nog maar 10 minuten verstreken zijn,... anders hadden ze ons toch allang moeten vinden? Sander heeft ondertussen een veiligheidsharnas proberen te knopen van een stuk afgesneden fokkeschoot. Bleek niet te werken. EINDELIJK GEVONDEN. Om ongeveer 13:00 uur vlogen er drie verschillende vliegtuigen heel laag over ons heen. Meteen een rookpot aangestoken. Een tweemotorige propellervliegtuig dropte iets in onze nabijheid in zee. Misschien een peilbaken? Ik weet het niet. Niet veel later verscheen er een helikopter boven ons en even later een tweede die ook weer vrij snel verdwenen was. Waarna volkomen uit het niets een SAR boot tevoorschijn kwam. Zo goed als zeker de Peter Henry von Koss. Vanuit de Sea King helikopter werd een handheld marifoon neergelaten. Hierop zat een sticker met koeienletters SKIPPER geplakt. Echter Sander weigerde pertinent de communicatie met de heli te voeren. Weigerde zelfs om de marifoon even vast te houden. Even tussen haakjes, Sander heeft elke keer geweigerd om de marifoon te gebruiken, behalve die ene keer om het weer te vragen waarop geen reactie kwam. Zelfs bij de sluis stond hij erop dat ik contact met de sluiswachter moest opnemen. Toen ging ik er nog vanuit dat dit bij het “leerling” zijn hoorde. Nu twijfel ik echter, geen idee wat de echte reden was en waarom onze schipper/instructeur alle communicatie met de buitenwereld ontweek. Vanuit de helikopter kwam uitdrukkelijk via de marifoon het verzoek dat zij met de schipper wilden communiceren. Sander bleef halsstarrig weigeren om de radio ook maar aan te raken. Het ging zelfs zover dat Sander wilde dat ik zijn functie als de schipper van deze Bavaria, op dat cruciale moment, van hem overnam. Dit heb ik uitdrukkelijk geweigerd. Ik schrok van dit verzoek, want hoe heeft hij zelf zijn verantwoording in de functie als schipper op dat moment en dus ook in het verleden altijd gezien? Ik heb de verdere communicatie met de heli op mij genomen, in het midden latend of ik de skipper was. Na de verificatie dat wij inderdaad de kajuitjachtzeilers waren die ze zochten, bleek dat het weer te slecht was om ons op sleeptouw te nemen. De keuze waarvoor wij gesteld werden was: óf de boot verlaten óf aan boord blijven, met de wetenschap dat het onmogelijk was om ons op korte termijn nogmaals op te komen halen. Volgens de weersverwachting van de vlieger zou het weer opnieuw verslechteren. Voor mijzelf was het al een uitgemaakte zaak, wat er ook gebeurt, maar die helikopter vliegt niet weg zonder mijn zoon en mijzelf aan boord. Ik was aan het eind van mijn latijn, murw, 78 uur min een kleine 2 x 5 uurtjes in de begin periode geslapen, evenzo voor mijn zoon. Geen navigatiemiddelen aan boord, geen capabele zeilers aan boord, geen kapitein aan boord, geen werkende dieselmotor aan boord, daarmee was het brandstof tekort geen factor meer, én een helikopter boven ons die ons nú mee kan nemen. Voor mij stond evacuatie vast. Voor Sander niet, die wilde met alle geweld dat wij, met z’n drieën, aan boord bleven. Ik heb heel duidelijk gesteld dat wij tweeën van boord gaan, mijn zoon en ik, wat zijn beslissing ook zou mogen zijn. De volgende opmerking staat in mijn geheugen gebeiteld:  “Laat jij mij dan in de steek?”. Mijn antwoord was heel duidelijk en kort: JA. Sander begon te twijfelen. Daarop heb ik een paar korte, directe vragen aan hem gesteld, onderwijl kwam de heli bij ons met de mededeling dat wij snel een beslissing moesten nemen i.v.m. de brandstof. De vragen die ik aan Sander stelde: Redden wij het met z’n drieën?   Antwoord heel resoluut NEE. Volgende vraag: Red jij het alleen?   Antwoord heel duidelijk en resoluut NEE NOOIT. Laatste vraag: Is de waarde van deze boot dit risico waard? NEE, Natuurlijk niet Ik zat met kromme tenen, terwijl de heli ons nogmaals opriep met de mededeling dat wij nu wel heel snel moesten beslissen. Wat doen wij hier in vredesnaam nog? Het lastige was ook, onze communicatie onderling speelde zich af in de kajuit, buiten het zicht van de helibemanning. Dit  omdat Sander aan één oor wat doof was kon hij buiten met die herrie van de storm en de helikopter niets horen, het concentreren wilde ook al niet zo goed meer bij al die onrust. Uiteindelijk viel het hoge woord uit zijn mond, EVACUATIE. Zijn woorden: Wij gaan evacueren en laten de boot aan zijn lot over. Inmiddels, toen mijn zoon hoorde dat wat er ook zou gebeuren, maar wij tweeën in ieder geval van boord zouden gaan, heeft hij meteen al onze waardepapieren, fototoestellen, telefoontjes enz. enz. verzameld. Dit alles verdween in de zakken van zijn zeiljack. Complimenten! Mijn zoon wist meteen, zonder de beslissing van onze kapitein af te wachten, wat er moest gebeuren. Ik ben trots op hem! Ik ben ervan overtuigd dat, hoe mijn zoon zich onderweg heeft gedragen, daar menig volwassen persoon een voorbeeld aan kan nemen, een geweldig zeilmaatje onder alle omstandigheden. We hoefden ons geen zorgen te maken over de scheepspapieren en logboeken, die waren er niet. Wij mochten een kleine tas met wat persoonlijke spullen meenemen aan boord van de Sea King.  Sander deelde daarop mee dat hij geen handzame tas bij zich had en wel de laptop mee wilde nemen. Hier was wat voor te zeggen omdat de hele route hierin was opgeslagen. Hadden we toch iets van een logboek bij ons. Ik mijn rugtas leeg gekieperd en deze aan Sander gegeven. Mijn toilettas als enige dan maar los meenemen.  Prioriteiten stellen denk ik. Mijn notitieblokje met aantekeningen heb ik helaas in de hectiek er toen ook mee uitgegooid. Mijn zoon had nog vlug wat van zijn eigen spulletjes in zijn rugzak kunnen stoppen waar hij erg op gesteld was, gelukkig. In overleg met de helikopter bemanning zouden we vanuit het reddingsvlot opgelierd worden de heli in. Het reddingsvlot buitenboord. Mijn zoon wilde niet, op suggestie van Sander, als eerste overstappen. Ik ben als eerste, met de marifoon, in het vlot gestapt. Ik heb mijzelf met de lifeline aan het vlot bevestigd. Mocht mijn zoon misstappen en overboord gaan dan kon ik hem achterna gaan zonder het vlot kwijt te raken. Als tweede stapte mijn zoon aan boord om kort daarop gevolgd te worden door Sander. Sander heeft het vlot losgesneden. Hiermee werd de boot aan zijn lot overgelaten. Dit gaf mij toch een rot gevoel, het was tweeledig. Een gevoel van verraad t.o.v. de boot die zich uiteindelijk toch wel erg heldhaftig heeft gedragen en een gevoel van enorme opluchting, weg uit die hel. Vanuit de helikopter kregen we in het vlot het gezelschap van een kikvorsman. Mijn zoon werd als eerste opgetakeld en kwam zo goed als droog aan in de helikopter. Hem zo omhoog zien gaan was voor mij het mooiste moment. Toen zag ik met lede ogen dat ook mijn toilettas overboord verdween en was ik daarmee mijn laatste privé spulletjes volledig  kwijtgeraakt. Als tweede ging Sander naar boven. Daarna was ik aan de beurt. Wat ik vergeten was is dat ik mijzelf had aangelijnd aan een vlot met een kikvorsman erop. Onze redder had dit niet ook niet gezien en ook niet kunnen verwachten. Ik werd met een hele forse ruk opgelierd met het vlot en de kikvorsman nog aan mij bevestigd. Boven in de helikopter hadden ze dit gelukkig snel in de gaten en lieten ze meteen de lier vieren. Ik plonsde kopje onder het water in en daarmee werd mijn zwemvest automatisch opgeblazen. Meteen een bevestiging dat deze ook in orde was. Ik was dolblij dat ik eindelijk in de helikopter was aangeland en dat mijn harnas verwijdert kon worden. Door het extra gewicht van vlot en kikvorsman in combinatie met een forse ruk was het harnas zo strak aangetrokken dat alle lucht uit mijn longen was geperst en ik onderweg naar boven niet kon ademhalen. De weg naar boven is erg lang. Toen iedereen aan boord was zijn we meteen vertrokken naar een olieplatform om brandstof in te nemen voor onze vlucht naar Stavanger. Dit was naar schatting een vlucht van een uurtje. Met het wegvliegen van de evacuatie positie was er nog een glimp op te vangen van de aan zijn lot overgelaten Bavaria 32. Tijdens deze vlucht kregen we warme soep aangeboden. Zo... wat smaakte dat weer goed, aspergesoep, heerlijk. Tijdens communicatie via de intercom met de bemanning aan boord van de helikopter, gedurende de vlucht naar het olieplatform, moest ik eerst rechtzetten dat ik niet de schipper was. Door de omstandigheden was hierover een duidelijk misverstand ontstaan. Na het tanken was het nog ruim een anderhalf uur vliegen voordat wij weer vaste grond onder onze voeten hadden. Aangekomen bij het rescue centrum heb ik als eerste naar huis gebeld. Ik kreeg een uitermate vreemd verhaal te horen van mijn vrouw. Mijn vrouw had een paar uurtjes voor mijn belletje een telefoontje ontvangen van de vrouw van Sander. Zij had goed en slecht nieuws. Het goede nieuws was dat wij alle drie veilig en gezond op de vaste wal in Noorwegen stonden en het slechte nieuws, ze zijn de gehele dag vermist geweest. Het charterbedrijf en Sander zijn vrouw hadden een etmaal in angst gezeten omdat zij van de Nederlandse Kustwacht te horen hadden gekregen dat wij waren vermist en dat er een zoekactie op touw was gezet. Mijn vrouw en zoon zijn toen niet ingelicht. Ik heb het verhaal in het kort samengevat. Daarop ben ik meteen gaan douchen want ik had het ondertussen toch wel erg koud gekregen na die onderdompeling in de Noordzee. Ik  was nog steeds nat tot op men huid. Mijn kleding werd meteen gewassen en gedroogd. Sander was inmiddels zijn lucht en zee ziekte kwijtgeraakt. In de tijd dat ik in de doucheruimte zat te wachten op kleding gaven Sander en mijn zoon een interview aan het lokale TV station, TV2. Achteraf, na het zien van dit interview, was ik blij dat ik niet aanwezig was. Ik had mijn mond niet kunnen houden. Na het invullen van enig papierwerk zijn we naar een voor ons besproken hotel gebracht. Bij het inchecken bleek dat de betreffende dame achter de balie uitstekend Nederlands sprak. In het hotel zat een reporter op ons te wachten van een plaatselijke krant. Sander heeft op de vragen antwoord gegeven, mijn zoon en ik hebben ons wat afzijdig gehouden. Na dit interview heb ik Sander uitdrukkelijk gevraagd of hij bepaalde feiten niet wilde verdraaien en vooral namens ons geen uitspraken meer wil doen, omdat ik een volgende keer mijn mond niet zal houden en wel de feiten geef zoals deze waren voorgevallen, indien hij nog een keer uit naam van ons uitspraken doet. Het was Sander duidelijk waar ik op doelde. Een saillant detail uit het interview met Stavanger Aftenblad was bijvoorbeeld: [vertaald] “Wisten jullie voor het wegvaren niet over de storm? Antwoord “Nee, natuurlijk niet. De weersverwachting die we voor vertrek kregen bleek verkeerd. Nu weet ik dat het beter is de officiële weersverwachting van de plaatselijke overheid te krijgen. We hadden naar Noorwegen moeten bellen en niet alleen op de weerverwachting van het internet moeten vertrouwen, zegt [ “Sander”].  Sander heeft later aan mij toegegeven dat hij een week voor vertrek het weer voor het laatst heeft gecheckt. Ondanks het late uur heeft het hotel ons van een uitstekende maaltijd voorzien. Geweldige mensen. Daarna hebben mijn zoon en ik in een avondwinkel eerst wat toiletartikelen gekocht in de stad Stavanger. In het hotel hebben we één nacht doorgebracht. Die nacht was van slapen geen sprake, het had meer de vorm van een zekere bewusteloosheid. De volgende dag, donderdag, hebben mijn zoon en ik samen de stad verkend. Sander is zijn eigen weg gegaan. Af en toe ergens onderweg zagen we een korte flits van hem, maar verder niet. We hebben de lokale krant gekocht waarin het interview van de nacht daarvoor in was te lezen, maar niet door ons werd begrepen. De dag ervoor hadden we afgesproken om op een bepaalde tijd bij het busstation te staan om dan met de stadsbus naar het vliegveld te gaan. Veel  bagage hadden we niet. Alles wat we bezaten hadden we aan op het moment van de evacuatie. De laptop van Sander was ook volledig vernietigd door het zoute water in het vlot. En verder hadden we alleen wat toiletartikelen bij ons die we gisteravond hadden aangeschaft. Dat was het. De nacht op het vliegveld doorgebracht om de volgende ochtend vroeg, vrijdag, terug te vliegen naar Schiphol. Vrijdag, al wachtende op onze vlucht was er tijd genoeg om van alles en nog wat op een rijtje te zetten en begin je alles een beetje te realiseren van wat ons nu werkelijk is overkomen, en gaf mij ook de tijd om mijn boosheid een plaatsje te geven. Aangekomen op Schiphol stond mijn vrouw op ons te wachten. Wij hebben Sander naar zijn huis in Zeeland gebracht. Hierna hebben wij geen enkel contact meer gehad Sander of met zijn vrouw.   NAWOORD: Nogmaals, gezien het voorval wat mijn jongste zoon en mijzelf is overkomen kan ik niet nalaten om toekomstige OPSTAPPERS van zeegaande zeiljachten te waarschuwen. Het verslag van deze zeiltocht is puur en alleen ter lering gepubliceerd. Daarom verzoek ik u vriendelijk om het ook zo te lezen, zonder te oordelen en/of te veroordelen, maar doe wel uw eigen voordeel ermee. In het februari nummer 2009 van het maandblad Zeilen heeft Ruth Gerritse het artikel “Gered uit de hel” ,  geschreven over onze trip naar Noorwegen n.a.v. een interview bij ons thuis. De videomontage is inmiddels van de website van Zeilen.nl verwijdert maar is nog wel te vinden op YouTube. Om reden van privacy heeft Ruth Gerritse de naam van de schipper verandert in Sander. Omwille van de eenvoud heb ik ook de naam Sander gebruikt in dit reisverslag. Om dezelfde privacy redenen heb ik daarom ook maar in de eerder geschreven reisverslagen overal de officiële naam van de zeilinstructeur verandert in Sander.  Ruth Gerritse heeft navraag gedaan bij het CWO wat de werkelijke kwalificaties waren van Sander. Sander was bevoegd als assistent-instructeur, voor kajuitzeilen ‘in shore’ - op niet stromend water. De waarde van een CWO instructeurpas hangt aan een erkende vaaropleiding. Zonder dat kunnen er geen rechten aan worden ontleend en is gebruik ook niet rechtmatig. Ik weet niet in hoeverre EnjoySailing Lemmer en St. Annaland op de hoogte waren van de werkelijke kwalificatie van Sander. Sander en ik hadden de afspraak gemaakt dat hij mij particulier instructie zou geven, m.a.w. niet verbonden aan welke zeilschool dan ook. Sander deed dit tijdens onze tochten om zo mijn kennis en vaardigheden naar een dusdanig niveau te brengen dat ik met mijn gezin verantwoord zeezeil tochten kon ondernemen. Sander zou mij deze instructie geven zodra hij een boot moest overvaren en ik als opstapper aanwezig kon zijn. Ik was hiermee geholpen en Sander was hiermee geholpen omdat hij een extra paar ogen en handen aan boord had. Omdat de instructie buiten een zeilschool om werd gegeven heeft Sander alle tochten afgetekend in mijn “watersportpaspoort” als opgedane ervaring maar nooit als ontvangen instructie. Ook heeft hij deze bewuste tocht, inclusief de rescue afgetekend als opgedane ervaring. Deze tocht was voor zover ik weet een particulier initiatief. De boot moest voor verkoop naar Noorwegen. Wat de afspraak was tussen de eigenaar van de Bavaria 32 en het direct betrokken charterbedrijf en Sander is mij onbekend. Ik weet niet of de boot al verkocht was voor aanvang van deze tocht. Deze tocht is niet aangeboden aan mij door welke zeilschool dan ook. Enkele dagen na thuiskomst hebben we contact opgenomen met de eigenaar het charterbedrijf in Zeeland. We hebben hem en zijn vrouw het gehele verhaal kunnen doen. Hij rade ons ten zeerste af om, tegen onze uitdrukkelijke wens in, contact op te nemen met de eigenaar van de boot. Dat spijt ons tot op heden nog steeds. Ik had graag gezien dat de eigenaar beide kanten van het verhaal had kunnen aanhoren om zo zijn eigen conclusies te kunnen trekken. De meeste van onze privé spullen hadden niet alleen een financiële waarde maar ook min of meer een emotionele waarde. De verzekering heeft ons maar een heel marginaal bedrag uitbetaald omdat niets nieuw was, maar daarmee zijn de verloren gegane artikelen niet vervangen. De Bavaria 32 is aangespoeld aan de Deense kust, zwaar beschadigd met afgebroken mast en is geborgen. Kort voordat de boot op de kust liep was er nog een melding van een vissersboot dat deze een verlaten zeiljacht had gesignaleerd. Voorzover ik weet is dit voorval nooit bij de Scheepvaartinspectie gemeld. Het is mij niet bekend of Sander nog als zeilinstructeur functioneert of op een andere manier actief, direct dan wel indirect, met de watersport verbonden is. 18 mei 2009. Na verloop van tijd is de boot over de weg weer terug gekomen in Nederland. Er was heel veel schade te zien. Onder anderen, het roer was volledig verdwenen, de saildrive was afgebroken, de mast was op drie plaatsen gebroken, de railing was gedeeltelijk verdwenen of verbogen enz. enz. Geen idee wat er verder met de boot staat te gebeuren. Geen idee wat er met onze privé eigendommen zijn gedaan die nog aan boord moeten zijn geweest tijdens de berging van “onze” Bavaria. Het actuele weer was beduidend slechter als oorspronkelijk was voorspeld houd de muis op de scan voor een vergroting Actueel weerrapport volgens JRCC Stavanger gedurende de evacuatie op onze positie: Wind: 290/37knp (= 68 km/u = 8 bft.) Zicht: 10 km+ Bewolking: few 2000 sct 2500 Golfhoogte: 4,5 metres up to 7,5 metres Wij hadden totaal geen scheeps- documenten bij ons. Echter er lag aan boord nog een geplastificeerd A4tje voor een huurder waarop het radio callsign stond vermeld. Ik moest Sander eerst nog even duidelijk maken wat een PAN oproep nu ook al weer precies inhield.