Staande Mastroute via Haarlem, November 2006 Het verslag van een stalen zeiljachtje wat onderhanden wordt genomen door een Watersport Novice Staande Mastroute van Zuid naar Noord via Haarlem. Eind oktober 2006 kreeg ik van Sander een uitnodiging. Hij moest op heel korte termijn een Ronautica 330 van St. Annaland naar Lemmer overvaren en daar kon hij wel een extra bemanningslid bij gebruiken. Uiteraard zonder één seconde na te moeten denken heb ik ja gezegd. Er waren twee opties mogelijk. Indien het weer mee zat buitenom via de Noordzee. Of, als het weer wat tegenzat via de Staande Mastroute het IJsselmeer over. Dinsdag 31 oktober 2006. ‘s Morgens met de auto van huis vertrokken. Er stond een stevige noordwesten wind gepaard gaande met windstoten. Af en toe een hagelbui. Dit was tevens de weersverwachting voor de komende dagen. Daarom ook maar extra warme kleding meegenomen. Nog geen vier kilometer van huis ging onze achterband volkomen aan flarden. Meteen Sander gebeld dat onze ETA wat later werd. Geen probleem, de tijd was aan ons. Wiel verwisseld voor een thuiskomertje. Hier konden we niet mee van Friesland naar Zeeland rijden. Daarom doorgereden naar onze dealer in Heerenveen. Zij hadden echter niet de juiste bandenmaat op voorraad en deze was ook niet binnen record tijd leverbaar. Zeer sympathiek opgelost door ons gewoon een leenauto mee te geven. Over service gesproken. Aangekomen in St. Annaland konden we meteen vertrekken. Sander had de boot al vertrek klaar gemaakt, de proviand gestouwd en mijn vertrouwde zeilpak lag ook alweer klaar. Mijn vrouw is daarop meteen weer naar huis vertrokken in “haar” leenauto. Om 13:15 hebben we de trossen losgegooid. St. Annaland bakboord uit de Krabben in, om daarna stuurboord uit te gaan en een klein stukje het Mastgat af te varen, overgaand in de Zijpe. De Zijpe is een open verbinding met de Oosterschelde en staat onder invloed van eb en vloed. Vanaf de Zijpe voeren we in de richting van de Krammersluizen. Jaarlijks maken 90.000 schippers (recreatie en beroeps) gebruik van deze sluizen. De Krammersluizen zijn in de Philipsdam gebouwd en maken onderdeel uit van de Deltawerken. Deze sluizen hebben een uniek systeem om het zoute water te scheiden van het zoete water. Dit voorkomt dat de Volkerak te zout, en de Oosterschelde te zoet wordt. Na het passeren van de sluizen gaat de vaarweg over in het Volkerak. Alles tot dusver op de motor moeten varen, maar op het Volkerak (een zoetwatermeer met een vast waterpeil) met gereefde fok was het goed zeilen. Bij Willemstad liggen de Volkeraksluizen. Hier hebben we buiten de jachthaven aan de steiger overnacht.  ‘s Avonds een stevige Hollandsche andijvie stampot gegeten. Nog wat nagepraat en de plannen voor de volgende dag doorgenomen. Ondanks het vele ‘motorboot’ varen toch een geslaagde dag gehad. De weersverwachting voor de volgende dag(en) zag er niet goed uit. Daarom is er besloten om toch maar binnendoor, de Staande Mastroute, te gaan varen. Wij hebben voor Haarlem gekozen omdat de nachtelijke doorvaart via Amsterdam mogelijk gestremd kon zijn door werkzaamheden van Prorail. De route via Haarlem is ongeveer 20 km langer en moet overdag worden gevaren omdat er ‘s avonds geen brugbediening plaats vindt. De route door Amsterdam wordt daarentegen ‘s nachts in konvooi gevaren. Belangrijkste in de planning van de vertrek tijdens de Staande Mastroute zijn de draaitijden van de spoorbrug bij Gouda. Vanuit deze draaitijden zijn we terug gaan rekenen voor een tijdsbepaling hoe laat wij uiterlijk moeten vertrekken. De Goudse spoorbrug draait voor de recreatievaart maximaal 2x per dag en in het naseizoen alleen op verzoek. In de planning hebben we ruim de tijd genomen. Op de beneden rivieren hebben we te maken met wisselende stroming en drukke beroepsvaart. Om op tijd bij Gouda te zijn mochten we Dordrecht niet na 8 uur ‘s morgens passeren. Het probleem is dat de spoorbrug bij Dordrecht ook een enkele keer per dag draait. M.a.w. deze opening van de spoorbrug is mede bepalend voor de gehele routeplanning. De enige mogelijkheid was op de opening van 06:18 uur. Na het passeren van de spoorbrug bij Gouda is alle tijdsdruk voor de rest van de route verdwenen. Het volgende knelpunt is bij de A9, de Schipholbrug. Door de week draaide deze rond 20:00 uur. Dit was royaal te doen. Woensdag 1 november 2006. Het besluit om binnendoor te gaan was een wijs besluit. De wind voor deze komende dag was krachtig tot stormachtig 7-8 bft. Buien, gepaard gaande met hagel en zware windstoten. Koud, 7 graden, bewolkt maar in de middag een enkele opklaring. De Noordzee golf hoogten tot 5 meter, naar verwachting veel wateroverlast en er was een beperkte dijkbewaking ingesteld. s Morgens na het ontbijt zijn we ongeveer om een uur of 8 vanuit Willemstad vertrokken. Het Hollandsch Diep op met zijn diepe geulen en zandbanken, veroorzaakt door de vroegere dynamiek in dit gebied.  Vlak voor de Moerdijkbrug linksaf de Dordtsche Kil op richting Dordrecht. De Dordtsche Kil is de hoofdtransportas tussen de Oude Maas en het Hollandsch Diep. Deze wordt hoofdzakelijk bevaren door de beroepsvaart. Jaarlijks maken ongeveer 100.000 schepen gebruik van de Dordtsche Kil. Na het passeren van Dordrecht stuurboord aanhouden om zo de Oude Maas op te gaan. Het knooppunt waar de Dordtsche Kil en de Oude Maas samenkomen is één van de drukste punten in Europa. De stroom op de Oude Maas is vaak sterk door de getijde verschillen. Stroomsnelheden van 5 km/u zijn geen uitzondering. Op deze rivier vaart de beroepsvaart met hoge snelheid. Doorvarend komt het volgend kunstwerk al spoedig in zicht. Dordrecht Verkeers- en Spoorbrug. Voor deze brug hebben wij geruime tijd liggen wachten voordat deze werd bediend. Na het passeren van beide bruggen is het nog een klein stukje de Oude Maas volgen met aan de linkerkant Zwijndrecht. Dit alles niet onder zeil maar heel nuchter op de motor. Bij de splitsing hebben we links aangehouden de Noord op. De Noord is vooral belangrijk voor de binnen scheepvaart tussen Rotterdam en het achterland. De Noord afvarende passeren we op een gegeven moment Alblasserdam. Hier stuiten wij weer op een kunstwerk, de Alblasserdamsebrug. Hier hebben wij enige tijd moeten wachten. Deze brug wordt op afstand bediend. Op marifoonkanaal 22 kun je je melden. Na de brugpassage is het nog een klein stukje de Noord af varen om daarna bij de Kinderdijk links aan te houden de Nieuwe Maas op. De Nieuwe Maas doorkruist één van de dichtst bevolkte gebieden van Nederland. We voeren nu richting Rotterdam. Vlak voor de van Brienenoordbrug gingen we rechtsaf om zo de Hollandsche IJssel op te draaien. Tussen Capelle aan den IJssel op de linker oever, en Krimpen aan den IJssel op de rechter oever, komen we het volgende kunstwerk tegen. Dit mag met recht een kunstwerk worden genoemd. De Algerabrug.  Duidelijk te herkennen is de stormvloedkering. Deze stormvloedkering is het eerste Deltawerk van de 18 in totaal in Nederland en werd in 1958 geopend. De Hollandsche IJssel voert ons dwars door het natuurgebied Het Groene Hart en in totaal is het een redelijk stuk varen tot Moordrecht. Jammer maar ook deze gehele route was het niet mogelijk om het zeil te hijsen en hebben we continue op de motor moeten varen. Na Moordrecht links aangehouden om bij Gouda met de Julianasluis mee te schutten. De Julianasluis is een schutsluis met roldeuren tussen de Hollandsche IJssel en het Gouwekanaal, overgaand in de Gouwe. Deze sluis is een rijksmonument en werd aangelegd tussen 1932 en 1936 Het is een belangrijke schakel in de vaarroute Rotterdam en Amsterdam. De Hollandsche IJssel is onderhevig aan eb en vloed, maar op het Gouwekanaal en de Gouwe is hier geen sprake meer van. Bij de sluiswachter hebben wij nog even navraag gedaan of ons verzoek was doorgekomen dat wij bij Gouda de twee spoorbruggen wilden passeren. De Gouwe is in het zeer verre verleden ontstaan als veenstroompje ter hoogte van Boskoop. In de 13de eeuw werd dit riviertje de Gouwe al door een kanaal verbonden met de Oude Rijn. In de 15de eeuw werd het gehele riviertje gekanaliseerd. Kenmerkend voor de Gouwe zijn de drie hefbruggen, maar dit zijn niet de enigste kunstwerken. Na een klein stukje varen komen we de Gouwespoorbruggen tegen. Mooi op tijd. We hebben geruime tijd moeten wachten. Van deze gelegenheid hebben we gebruik gemaakt door telefonisch twee pizza’s te bestellen en deze te laten bezorgen. Na het passeren van deze belangrijke, tijdsgebonden, hindernis zetten we tocht voort in het donker in de richting van Waddinxveen. De volgende hindernissen komen al vrij snel in zicht. De twee volgende bruggen vallen onder de plaats Waddinxveen. Als eerste de Coenecoopbrug en kort daarop komt de Hefbrug Waddinxveen met het bijbehorende brugwachtershuisje. Deze hefbrug werd in 1935-1936 gebouwd. Waddinxveen achterlatend is Boskoop de eerstvolgende plaats. De hefbrug van Boskoop is de tweede van de drie in totaal te passeren hefbruggen. Deze hefbruggen zijn geklonken stalen monumenten met een hoge zeldzaamheidswaarde. Ze zijn opgebouwd uit twee conisch toelopende heftorens bestaande uit geklonken vakwerkconstructies. Hiertussen wordt het val (rijvloerconstructie) geleid tijdens het openen en sluiten van de brug. Het val wordt uitgebalanceerd door betonnen ballastblokken in de heftorens en is met staalkabels via kabelwielen in de heftorens verbonden met deze ballastblokken. Na Boskoop voeren we door naar Alphen aan den Rijn. Bij Alphen aan den Rijn komen we weer een Spoorbrug tegen. Na deze te hebben gepasseerd zien we de laatste hefbrug in de Gouwe, de Hefbrug Gouwsluis. Na het passeren van de Gouwsluis draaien we links aanhoudend de Oude Rijn op. Wij gingen nu dwars door Alphen aan den Rijn heen, heel gezellig druk zo ‘s avonds, ondanks de kou waren er nog veel mensen op de been. Dit werd een druk stukje met veel kunstwerken op korte afstand van elkaar. De eerste brug die tegenkomen op dit stukje Oude Rijn is de Swaensbrug. Kort daarop de Alphense brug en de Koningin Julianabrug. Al deze bruggen worden bediend zodra er aanbod is. De Albert Schweizerbrug is de één na laatste brug in Alphen aan den Rijn. Als we in noordelijke richting de Helmans- & Woudwetering opdraaien in de richting Woubrugge komen we de laatste brug tegen. De Molenaarsbrug. Voor de brug besluiten we aan te leggen om hier te overnachten. Jammer, de gehele dag niet kunnen zeilen, maar desondanks toch een geslaagde dag. Donderdag 2 november 2006. ‘s Morgensvroeg eerst ontbeten om daarna meteen de Molenaarsbrug te passeren. Helmaswetering-& Woudwetering volgend komen we langs Woubrugge. Alwaar we de Woubrugse brug passeren. Na het passeren van deze brug steken we het Braassemermeer over in de richting van Oude Wetering. Bij de Oude Wetering kwamen we bij de Zuidelijke Ringvaart van de Haarlemmermeer. Hier konden we nog van plan veranderen om toch voor de nachtroute door Amsterdam te kiezen door rechts aan te houden. Als we links aanhouden gingen we overdag door Haarlem. Toch maar voor deze laatste optie gekozen omdat wij van ProRail geen aanvullende informatie konden ontvangen betreffende de werkzaamheden. Na passage van de Oude Weteringbrug kwamen we al snel de Meerbrug tegen. Na het passeren van deze brug komen we na enige tijd het plaatsje Buitenkaag tegen. Hier rekening houden met het pontje tussen Kaageiland en het vaste land. We hebben hier even afgemeerd om vers brood te kopen. Echter hier was niets te krijgen. Daarom snel weer de trossen los gegooid om de tocht weer voort te zetten. We houden consequent stuurboordwal aan om daarmee de Westelijke Ringvaart van de Haarlemmermeer op te draaien. Zodra we deze invaren stuiten we meteen in Sassenheim op de Spoorbrug in de Schiphollijn. Stijf achter de Spoorbrug ligt de brug in de snelweg A44 den Haag - Amsterdam. Hier liggen we een tijd te wachten op opening onderwijl worden boot en bemanning bekogeld met hagelstenen. Na doorvaart van deze beide bruggen moeten we eerst nog de Lisserbrug en de Elsbroekerbrug passeren. Deze twee bruggen worden op afstand bediend vanaf de Cruquiusbrug. Contact opnemen via kanaal 18 was niet nodig. Ze hadden ons al in de “kijker”. De volgende plaats is Hillegom met de Hillegommerbrug. Ten noorden van Hillegom ligt de plaats Bennebroek met de Bennebroekerbrug. Voor deze brug hebben we ook geruime tijd, samen met een binnenvaartschip, moeten wachten op bediening. De brug was een tijd buiten werking gesteld i.v.m. onderhoudswerkzaamheden. Inmiddels was het weer ook een stuk aangenamer geworden. Na de passage van de Bennebroekerbrug zijn we samen met de beroepsvaarder en een inmiddels gearriveerde motorboot opgevaren richting de Cruquiusbrug. Hier staat het duidelijk herkenbare schitterende voormalig stoomgemaal De Cruquius. Dit stoomgemaal uit 1849 behoort tot het Wereld Industrieel Erfgoed. Samen met de stoomgemalen “Leeghwater” en de “Lijnden” pompte de Cruquius de Haarlemmermeerpolder droog. In 1912 werd de Cruquius een reservegemaal, om tenslotte op 10 juni 1933 met een ceremoniële laatste pompslag buiten bedrijf te worden gesteld. Nu is het gemaal als museum opengesteld voor het publiek. Na het passeren van Cruquius draaien we naar het noorden, de Zuider Buiten Spaarne op. Deze route staat duidelijk aangegeven en hier begint onze werkelijke passage van Haarlem. Tijdens deze passage moeten we 9 bruggen passeren. De opzet is om deze bruggen in konvooi te passeren. Hiervoor moet een bepaald bedrag worden afgerekend. Het afrekenen vindt plaats bij de Prinsenbrug. De eerste brug van de 9 die gepasseerd wordt is de Schouwbroekerbrug. Brug nummer twee is de Buitenrustbrug. Van de buitenwijken van Haarlem varen we nu geleidelijk de binnenstad in. Door steeds de beroepsvaarder te volgen hebben wij ook voordeel van de snelle doorstroming. In de binnenstad komen we brug nummer drie tegen, de Langebrug. De Melkbrug, een draaibrug, is de vierde brug in het rijtje van 9. We varen nu duidelijk door het centrum van Haarlem. We zijn nu over de “helft” van het aantal te passeren bruggen. De Gravenstenenbrug was de vijfde brug. De zesde brug is de Catharijnebrug. Hier hebben we 20 minuten liggen wachten op doorvaart. De brug kampte met een storing. Nu hadden we mooi de gelegenheid om ons afval weg te gooien in de daarvoor opgestelde containers. Uiteindelijk kregen we het seintje dat we door konden varen ondanks het feit dat de twee rode lampen nog branden. We verlaten nu de binnenstad om verder door de buitenwijken van Haarlem onze tocht voort te zetten. De zevende brug was een spoorbrug. Na passage van de trein konden we dit kunstwerk ook passeren. De achtste brug is de Prinsenbrug. Officieel hadden we na de passage moeten betalen. Aan bakboord is een kantoor met aanlegplaats, afval containers en eventueel kan vers drinkwater worden bijgevuld. Echter, alles was al gesloten. Maar door mee te varen met de beroepsvaart konden we ondanks de sluitingstijden van de bruggen ‘meeliften’. Al met al begon het al redelijk laat te worden toen we tenslotte de laatste brug, de 9de, passeerden. Dit was de Waarderbrug. Nu zetten we koers richting Spaarndam. Hier konden we het binnenvaartschip niet meer bijbenen. Bij Spaarndam ligt de Rijnlandsluis. Vlak na deze sluis ligt een brug. De passage van deze combinatie moet worden betaald bij de sluiswachter in het aangelegen sluiswachtershuisje. Na de passage van sluis en brug hadden we royaal tijd over voordat de Buitenhuizerbrug in de rijksweg A9 draaide. Na toestemming te hebben gevraagd hebben we aangemeerd in Spaarndam bij de scheepswerf. Hier hebben we boodschappen gedaan bij de supermarkt. De supermarkt lag op loopafstand aan de andere kant van het water. We moesten de brug over lopen die we net waren gepasseerd. We hebben de boodschappen ingeruimd de boot opgeruimd om daarna de lunch, hutspot, te gebruiken. De Buitenhuizerbrug wordt op afstand bediend. Ook hier hoefden wij ons niet te melden. Ze hadden ons al in de gaten en zo konden wij vrijwel ongehinderd doorvaren. Na deze passage rechtsaf het Noordzeekanaal op. Inmiddels was het donker geworden. In het donker het Noordzeekanaal afvaren was een ervaring apart voor mij. Ik kon in het begin erg moeilijk het verschil onderscheiden tussen de navigatie verlichting van de scheepvaart en de overige overdadig aanwezige verlichting. Daarnaast werd de navigatie verlichting vaak overstraald door de eigen werklichten aan boord van die gigantische zeeschepen. Na verloop van tijd groei je echter in het plaatje. Het Noordzeekanaal is gewoon een erg druk vaarwater. Jaarlijks passeren meer dan 100.000 schepen dit kanaal. Het Noordzeekanaal werd volledig met de hand uitgegraven. Men is op 8 maart 1865 met graven begonnen en op 1 november 1876 is het Noordzeekanaal officieel geopend door koning Willem III. Op een gegeven moment gaat het Noordzeekanaal over in het IJ. Lastig was de passage van Amsterdam zelf. Voor mij aardig desoriënterend met al die verlichting. Enorm veel geleerd betreffende nacht varen op een druk vaarwater. Super ervaring. Op het IJ gingen we richting de Oranjesluizen. Met de nadering en passage van de Oranjesluizen in het pikke donker is een gedegen voorbereiding onontbeerlijk. De passage verliep verder probleemloos. Na de passage zijn we onder het eiland Pampus naar het noorden, richting Enkhuizen gevaren. Uitgesproken slecht weer. De wind recht op de neus, buien met harde wind. Genoten heb ik. Prachtig die jagende bewolking voor de maan, weerspiegeld in dat dreigende donkere onstuimige water. Geen woorden voor. De vuurtoren van Marken was een duidelijk baken voor ons in het duister. Deze vuurtoren, beter bekend onder de naam “Paard van Marken”, is ontworpen door J. Valk en gebouwd in 1839. In 1971 is de toren enkele centimeters opgeschoven door kruiend ijs. Sinds februari 2003 is de toren bewoond. Tegen kwart over twee ‘s nachts kwamen we bij Enkhuizen aan. Probleemloos en zonder vertraging zijn we door de Krabbegatssluis gegaan. Al met al begonnen we redelijk vermoeid te worden. De gehele tocht op de motor gevaren, niet één keer de zeilen gehesen. Gezien onze totale vermoeidheid besloten we om aan de buitensteiger van de nieuwe jachthaven de rest van deze korte nacht door te brengen. Vrijdag 3 november 2006. ‘s Morgens na het ontbijt om ongeveer half 9 vertrokken. Iets later als dat wij oorspronkelijk van plan waren. Maar goed, het was nog maar een klein stukje varen. Het weer leek iets beter als dat het afgelopen nacht was. De wind was gunstig, maar niet al te sterk. We varen nu op het IJsselmeer richting Lemmer. Vrij scherp aan de wind zeilend kwamen met een wind van 2 á 3 bft.  toch redelijk voorruit. Met de nadering van het Woudagemaal ruimde de wind 120 graden om daarna volledig weg te vallen. Het was een hele mooie zeildag. Het ir. D.F. Woudagemaal uit 1920 is het grootste nog in bedrijf zijnde stoomgemaal. Sinds 1998 staat dit gemaal op de lijst van het UNESCO werelderfgoed. Om de laatste paar kilometers af te leggen moesten we nog één sluis passeren, de Prinses Margrietsluis. Door aan te sluiten bij een beroepsvaarder konden we meteen mee schutten. Na het schutten zijn wij eerst gaan tanken. Na het tanken hebben we “onze” boot afgemeerd in Lemmer, z’n nieuwe thuishaven. Ik ben deze dagen een enorme ervaring rijker. Veel gezien, veel geleerd, 40 plus kunstwerken op deze route tegen gekomen. Stromend water, getijde wateren, druk scheepvaart verkeer, nacht varen, ruim water, rivieren en kanalen en daarnaast ook nog af en toe een beetje kunnen zeilen. Harde wind, hagel, regen en zon, gewoon van alles een beetje of een beetje veel. Fantastisch! Na samen de boot te hebben afgemeerd en opgeruimd te hebben, heb ik Sander teruggereden naar Zeeland.